Twee nieuwkomers bij diabetes?
De pathofysiologie van diabetes mellitus is geleidelijk aan een stuk complexer geworden dan ze 20 tot 30 jaar geleden was. Vooral de toegenomen kennis over de doelorganen en de regulerende hormonen droeg bij tot die evolutie. Een evolutie die niet stilstaat, getuige de recente inzichten over het vetweefsel als bron van mediatoren.
Er blijven maar nieuwe hormonen opduiken, en het vetweefsel lijkt wat dat betreft een haast onuitputtelijke bron, zoals nog maar eens mag blijken uit recente ontdekkingen. Ditmaal zijn twee adipokinen, die we kunnen beschrijven als hormonen van het vetweefsel, het onderwerp van een wat verrassende studie. Het gaat om chemerine en apeline, waarvan men vermoedt dat ze een rol spelen in de pathogenese van insulineresistentie.
Diabetes en obesitas
Onderzoekers hebben aangetoond dat de serumspiegels van beide hormonen significant veranderen bij obese patiënten met diabetes type 2. Maar bestaat er een pathofysiologisch verband tussen die toename en diabetes? Om daar meer over te weten te komen bestudeerden Yu et al. (China) 81 obese patiënten bij wie men recent diabetes type 2 had vastgesteld. Ze randomiseerden de patiënten in twee groepen: één groep kreeg metformine, de andere pioglitazone. Deelnemers die een verbeterde glycemiecontrole vertoonden kregen anti-oxidanten. Daarnaast dienden 79 personen zonder diabetes als controlegroep. Daarvan hadden 40 een normale BMI, terwijl 39 obees waren. Bij alle deelnemers werden verschillende parameters van het suikermetabolisme, inflammatie en oxidatieve stress gemeten.
Duidelijke correlaties
Chemerine, apeline, TNF-alfa, insulineresistentie (HOMA-IR) en 8-iso-PGF2alfa waren bij aanvang van de studie allemaal verhoogd bij de patiënten met diabetes type 2, in vergelijking met de controlegroep. Na de behandeling waren al die indexen significant afgenomen. Maar, met uitzondering van de insulineresistentie waren ze significant meer afgenomen bij de patiënten die pioglitazone hadden gekregen dan bij degenen die met metformine behandeld werden. En na de behandeling met anti-oxidanten werd opnieuw een nieuwe significante daling opgetekend. De onderzoekers konden een correlatie aantonen tussen apeline en chemerine enerzijds en BMI, TNF-alfa, HOMA-IR en 8-iso-PGF2a anderzijds, zowel vóór als na de antidiabetische behandeling. Na de anti-oxiderende behandeling was er ook een correlatie te zien tussen apeline en chemerine enerzijds, en TNF-alfa en isoprostaglandine anderzijds.
Oorzaak of gevolg?
Uit dat alles blijkt dat de twee bestudeerde adipokinen sterk gecorreleerd zijn met de insulineresistentie. Een stijging van hun concentratie kan een compenserende reactie zijn op de insulineresistentie, maar ook een oorzakelijke factor van die weerstand. Hun correlatie met de parameters van oxidatieve stress en ontsteking suggereren dat zij ook een rol spelen in deze twee processen. Tenslotte is hun correlatie met de parameters van het glucosemetabolisme compatibel met een rol van beide moleculen in de pathogenese van diabetes type 2 bij obese personen. Maar waar liggen de oorzaken en waar de gevolgen? Zoals men meestal zegt in dergelijke gevallen: verdere studies moeten hierover meer duidelijkheid brengen..