Kanker en diabetes: nu eens ja, dan weer nee
De onvermijdelijke vraag rond het verband tussen diabetes en kanker blijft maar opduiken. Twee recente studies onderzochten de kwestie opnieuw. Maar zowel de structuur van het onderzoek als de draagwijdte van de conclusies zijn verwarrend.
Al een jaar of twee komt dezelfde de vraag steeds weer op tafel: doet diabetes het kankerrisico nu toenemen of niet? Als er al een toename is, dan blijft die beperkt, lijkt de overheersende mening te zijn. Komt daar nog bij da t we de effecten van de ziekte en die van de behandeling niet door elkaar mogen halen. Maar laten we nuchter blijven. We kunnen er immers niet omheen: eens de ziekte er is, moet de patiënt ermee leven, en ze zo goed mogelijk behandelen. Als we dat niet doen weten we op welke ramp we afstevenen. Het verleden en de tragische gevallen van onvoldoende behandelde patiënten kunnen dit ten overvloede bewijzen. Niettemin komen twee recente studies het debat nog maar eens heropenen.
Pancreas: nog veel onduidelijkheid
De eerste studie gaat over pancreasadenocarcinoom. Om een idee te krijgen over de langetermijneffecten van diabetes op het risico van pancreaskanker, voerden Hwang et al. (VS) een retrospectieve studie uit op basis van gegevens uit het Health Improvement Network. Ze onderzochten de dossiers van 3.147 patiënten met pancreasadenocarcinoom en spoorden daarin de patiënten op die diabetes type 2 hadden voor kanker optrad. Dat bleek het geval voor 745 patiënten, terwijl de overige 2.402 geen bestaande diabetes hadden voor een pancreasadenocarcinoom de kop opstak. In een eerste analyse vonden de wetenschappers geen statistisch significant verschil in overleving tussen de twee types patiënten. Maar om nog wat dieper te graven, evalueerden ze ook of de diabetesduur misschien een rol speelde. Daarvoor zetten ze verschillende categorieën op: minder dan 90 dagen, 90 dagen tot minder dan 1 jaar, 1 tot 3 jaar, 3 jaar tot 5 jaar en meer dan 5 jaar. Uit deze analyse leidden ze een significant verhoogde mortaliteit af bij patiënten die meer dan vijf jaar diabetes type 2 hadden.
Obesitas, een reëel gevaar
Een tweede studie, eveneens retrospectief, stelde hetzelfde soort vragen over prostaatkanker. De Japanse onderzoekers rekruteerden 2.038 mannen bij wie het PSA-gehalte lager lag dan 10 ng/ml, maar die naar het ziekenhuis verwezen werden voor uitgebreide biopsieën om prostaatkanker aan te tonen. In Japan zijn dergelijke biopsieën de regel als het PSA hoger ligt dan 2,5 ng/ml of indien een prostaatechografie verdachte beelden oplevert. De studie tekende eventuele antecedenten op van diabetes type 2, evenals het gewicht van de patiënt. Bevestigde gevallen van prostaatkanker deelden de onderzoekers op in klassen volgens de Gleason-score. Binnen de volledige groep waren er 608 zwaarlijvig, 213 hadden diabetes type 2 en 836 kampten met een bevestigde prostaatkanker. Een statistische analyse kon geen significante associatie aantonen tussen diabetes type 2 en prostaatkanker, ongeacht de graad: laag, intermediair of hoog. Maar dat betekent nog niet dat er geen verband zou bestaan tussen diabetes en het prostaatkankerrisico, zoals de auteurs benadrukken. Mogelijk kon zo'n verband aan de analyse ontsnappen door de beperkingen van de studie (retrospectief uitgevoerd, zelfrapportering van diabetes,...). Maar als de vorsers de patiënten indeelden op basis van hun BMI, zagen ze wel dat obese mannen met diabetes type 2 een 19 % hogere kans hadden dat er een laaggradige prostaatkanker aan het licht kwam, in vergelijking met niet-obese patiënten. Dat cijfer steeg met 100 % voor prostaatkanker van intermediaire graad en met 300 % voor een hooggradige kanker. Deze toename staat grotendeels los van de aanwezigheid of afwezigheid van diabetes. Overigens was er bij niet-obese mannen die wel diabetes hadden geen verhoogd risico van prostaatkanker vast te stellen, ongeacht de beschouwde graad van de kanker. De auteurs besluiten dat diabetes type 2 gelinkt is aan de detectie van een agressievere prostaatkanker bij obese Japanners bij wie de PSA-waarden limiet zijn en die naar het ziekenhuis komen voor uitgebreide biopsieën. Ze blijven dus voorzichtig in hun conclusies en stippen duidelijk de beperkingen van hun studie aan. Wij zullen dezelfde omzichtigheid aan de dag leggen.