Vitamine D-supplementen bij epilepsie
In de laatste jaren richt de aandacht zich meer en meer op de metabole wijzigingen die met de inname van anti-epileptica op lange termijn gepaard gaan. Een daarvan treft het botmetabolisme met een verminderde botdensiteit (BMD) en een verhoogd fractuurrisico.
En dat in een populatie die al door andere nevenwerkingen van medicatie (ataxie), neurologische deficits of door het vallen bij een epileptische aanval, een verhoogd fractuurrisico heeft.
CYP-450 gerelateerd
Van glucocorticoïden, aromatase-inhibitoren en antiandrogenen weten we dat ze gepaard gaan met osteoporose. Van anti-epileptica is dat minder gekend. Verschillende studies hebben een significante vermindering van de BMD en een verhoogd fractuurrisico aangetoond bij patiënten behandeld met enzyme-inducerende anti-epileptica (fenobarbital, carbamazepine, fenytoïne). Men veronderstelt dat deze anti-epileptica via CYP-450 een upregulatie geven van de enzymen verantwoordelijk voor de omzetting van 25(OH) vitamine D in inactieve metabolieten. Hierdoor kan minder calcium in de darm opgenomen worden en ontstaat secundaire hyperpara-thyroïdie. Resultaat: verhoogde botresorptie en versneld botverlies. Studies hebben lagere spiegels van 25(OH) vitamine D bevestigd.
Andere mechanismen
Anti-epileptica zonder CYP-450-inductie kunnen ook de integriteit van het skelet aantasten. De mogelijke mechanismen: verminderde intestinale absorptie van calcium, resistentie aan parathormoon, calcitoninetekort, interferentie met vitamine K-metabolisme en een rechtstreeks effect van het anti-epilepticum op de botcelfunctie. Gegevens over het effect op BMD en botsterkte van de nieuwe anti-epileptica zijn schaarser. Sommige hebben wel, andere geen impact op het bot.
Fractuurrisico
In de praktijk is het een verhoogd risico van fracturen dat telt. BMD is daar een predictor van maar er zijn andere risicofactoren, zoals leeftijd, lichaamsgewicht, leefstijl, en factoren die niets met bot te maken hebben (valrisico, reactiecapaciteit, spiermassa, zicht). Globaal hebben epilepsiepatiënten een twee- tot zesmaal hoger fractuurrisico dan de algemene bevolking, met een hogere incidentie van wervel- en femurhalsfracturen. Het aandeel hierin van de epileptische aanval wordt op 35 % geschat.
Supplementen vitamine D
Er is slechts beperkte evidentie voor strategieën voor diagnose en behandeling van osteoporose bij patiënten met epilepsie en anti-epileptica geasso- cieerde botproblemen. Alle patiënten moeten op de hoogte zijn van het verhoogde fractuurrisico en van de noodzaak tot het nemen van preventieve maatregelen. Daartoe behoren supplementen van calcium en vitamine D (1000-1200 IE vitamine D/dag als niet enzym-inducerende anti-epileptica, 2000-4000 IE/dag bij enzym-inducerende anti-epileptica).