Betekent remissie ook genezing na hypofyseadenoombehandeling?
Cijfers uit Nederland, meer bepaald uit Leiden, leren dat ondanks de lange- termijnremissie na chirurgische behandeling van een hypofyseadenoom, de levenskwaliteit minder goed en de mortaliteit verhoogd blijven.
In het geval van de ziekte van Cushing lag de mortaliteit zelfs 80 % hoger dan in de algemene bevolking. Wat de onderzoekers ertoe geleid heeft de effecten van overmatige blootstelling aan cortisol nader te onderzoeken.
Cortisol en groeihormoon
Verhoogde cortisolsecretie volgt in de seconden tot minuten na blootstelling aan stress. Als stress chronisch wordt, ontstaat een kwetsbaar fenotype, gekenmerkt door neurodegeneratieve wijzigingen en cognitieve stoornissen. Geen wonder dus dat de ziekte van Cushing gepaard gaat met gedragsproblemen. Hypoglykemie is de belangrijkste fysiologische stressfactor. Inductie van hypoglykemie door de insulinetest stimuleert ook de secretie van groeihormoon. Per definitie kunnen patiënten met cortisol of groeihormoon in overmaat of tekort geen normale respons op stress meer geven, met alle psychopathologische en cognitieve stoornissen tot gevolg.
Na succesvolle behandeling
De vraag is dan of patiënten in langetermijnremissie van cushing of acromegalie nog cognitieve stoornissen, persistente psychopathologische problemen of persoonlijkheidsstoornissen hebben. Daarvoor werden patiënten vergeleken met voor leeftijd en geslacht gematchte controles. Ook patiënten met niet-functionele hypofysemacro-adenomen (NFMA) werden via de verschillende vragenlijsten ondervraagd. Op cognitief vlak hadden patiënten in remissie van cushing nog problemen met cognitief functioneren, het geheugen en executieve functies, die patiënten in remissie van acromegalie niet hadden.
Op lange termijn
Na een remissie van gemiddeld 13 jaar scoorden patiënten in remisie van cushing slechter dan controles op zowat alle vragenlijsten voor psychiatrische symptomen bij somatische ziekten. In vergelijking met de NFMA-patiënten scoorden zij slechter voor: apathie, irritabiliteit, negatieve gevoelens, gebrek aan positieve inzichten, somatische klachten en op de subschalen voor persoonlijkheid. Patiënten in remissie van acromegalie scoorden slechter dan controles en dan NFMA-patiënten op zowat alle schalen voor psychopathologische symptomen en subschalen voor persoonlijkheid.
Levenskwaliteit
Levenskwaliteit en psychologische symptomen, zoals ziekteperceptie en psycho- pathologie, zijn gelinkt. Strategieën om hiermee om te gaan kunnen dus de levenskwaliteit beïnvloeden. Uit het Nederlandse onderzoek blijkt dat patiënten behandeld voor hypofyseadenomen moeilijker en minder goed kunnen omgaan met hun toestand en een meer negatieve perceptie van hun ziekte hebben. Dat zou de verminderde levenskwaliteit verklaren. Het blijft speculeren of doelgerichte interventies deze levenskwaliteit kunnen verbeteren. En dan denken de auteurs aan interventies om meer actief om te gaan met hun toestand, het zoeken van sociale ondersteuning en een self-management-interventieprogramma.