Voeding heeft meer effect dan beweging
Intensieve aandacht voor de voeding, volgend op een diagnose van type 2-diabetes, kan de glycemiecontrole gunstig beïnvloeden. Extra lichaamsbeweging voegt daar nauwelijks winst aan toe. Dat blijkt althans uit een gerandomiseerde, gecontroleerde studie waarvan The Lancet de resultaten publiceerde.
R. Andrews (University of Bristol, Bristol, VK) en collega's evalueerden de effecten van een aangepaste voeding en lichaamsbeweging op de bloeddruk en de glycemie. Hiertoe voerden ze een gerandomiseerde, gecontroleerde studie in Zuidwest-Engeland waarin ze 30- tot 80-jarigen includeerden bij wie 5 tot 8 maanden voordien type 2-diabetes was gediagnosticeerd. In totaal werden 593 patiten gecludeerd.
De patiten kregen ofwel de klassieke zorg (een initieel voedingsconsult met follow-up om de zes maanden), ofwel een intensieve voedingsinterventie (om de drie maanden een voedingsconsult met ondersteuning door een verpleegkundige) of dat laatste plus een programma voor extra lichaamsbeweging.
Bloeddruk
Primair eindpunt was een verbetering van de HbA1c-concentratie en de bloeddruk na zes maanden. Na zes maanden was de glycemiecontrole slechter geworden in de controlegroep en was ze verbeterd in beide andere groepen (respectievelijk +0,14%, -0,28% en -0,33%). Deze verschillen bleven bestaan na twaalf maanden, ondanks minder gebruik van antidiabetica. Een verbetering werd eveneens gezien voor het lichaamsgewicht en de insulineresistentie in de interventiegroepen versus de controlegroep. De bloeddruk was vergelijkbaar in de drie groepen.
De auteurs besluiten dat intensieve aandacht voor de voeding loont kort na een diagnose van type 2-diabetes en dat een programma voor meer intensieve lichaamsbeweging daar bovenop geen noemenswaardige meerwaarde biedt.