Pneumonie bij bejaarden: van paradigma veranderen om beter te kunnen behandelen
Een pneumonie bij bejaarden is niet zomaar een longinfectie, maar heeft invloed op het hele lichaam. Een pneumonie wijst vaak op een onderliggende fragiliteit. De prognose hangt af van de verwekker, maar ook van het terrein.

In 2025 is in European Journal of Internal Medicine een overzichtsartikel gepubliceerd, waarin de auteurs pleiten voor een grondige herziening van het beleid, wat zeer concrete implicaties heeft voor de pneumoloog.
Een atypische presentatie
Het klinische beeld is vaak atypisch: vallen, verwardheid of een verslechtering van de algemene toestand in plaats van respiratoire tekenen. Dat verhoogt de kans dat verkeerdelijk een diagnose van pneumonie wordt gesteld en dat dus ten onrechte antibiotica worden voorgeschreven, maar kan er ook toe leiden dat de diagnose pas laat wordt gesteld.
De waarde van een radiografie van de thorax is bij die patiënten beperkt. Als er geen aanwijzingen zijn van sepsis en als er twijfel is over de diagnose, is een snelle herevaluatie wenselijk, eventueel aangevuld met beeldvormingsonderzoek (CT-scan van de thorax met lage stralingsdosis of echografie van de longen) en opsporing van virussen, vooral tijdens een epidemie, om een preciezere diagnose te kunnen stellen en zo een ongewettigde antibioticakuur te vermijden.
Bij sterk vermoeden van een pneumonie of een ernstig klinisch beeld daarentegen moet je meteen een probabilistische antibioticakuur starten. De resultaten van een bacteriologisch onderzoek zijn vaak pas laat bekend en hebben vaak geen invloed op het verdere antibioticabeleid.
Juist behandelen: beredeneerde antibioticakuur en totaalaanpak
Bij de behandeling moet je rekening houden met het terrein: comorbiditeiten, autonomie, woonplaats en zorgdoelstellingen. Bij fragiele bejaarden gaat het vaak om een aspiratiepneumonie. Die mogelijkheid moet je dan ook stelselmatig voor ogen houden. De combinatie amoxicilline + clavulaanzuur biedt een voldoende brede dekking, ook tegen anaerobe bacteriën. Het belang van anaerobe bacteriën wordt echter waarschijnlijk overschat.
Stelselmatige toediening van een antibioticum zoals metronidazol wordt dan ook niet aanbevolen tenzij er een complicatie is en met name een longabces. De duur van de antibioticakuur moet kort worden gehouden: vijf dagen volstaat als de evolutie gunstig is. Als de patiënt niet verbetert, moet je naar een andere oorzaak zoeken en een CT-scan van de thorax aanvragen om een longabces of een bronchuscarcinoom op te sporen in plaats van de antibiotica blind op te drijven.
Bij ouderen met een pneumonie is een multidimensionaal beleid wenselijk: preventie van verslikken, voeding, tijdig mobiliseren, preventie van delirium en cardiovasculaire bewaking. Vaak treden cardiale complicaties op, soms al vroeg in het ziekteproces. Een pneumonie kan een keerpunt vormen bij erg fragiele patiënten. Je moet dan samen met de patiënt of vertrouwenspersonen de doelstellingen van de zorg vastleggen en nagaan tot hoever je mag gaan in het beleid afhankelijk van de prognose en de wensen van de patiënt.
Referentie:
Putot A, Garin N, Rello J, Prendki V, on behalf of the ESGIE. Comprehensive management of pneumonia in older patients. Eur J Intern Med. 2025;135:14–24. doi:10.1016/j.ejim.2025.02.025.