PremiumUrologie

Seksueel geweld en urinewegsymptomen: praat erover

Seksueel misbruik en seksuele traumata kunnen urineweg- en spijsverteringssymptomen veroorzaken. De onderliggende mechanismen zijn nog niet volledig opgehelderd. Hoe kunt u dit aansnijden bij uw patiënten?

Seksueel geweld is frequent. Volgens de WHO krijgt ongeveer 30% van de vrouwen minstens één keer te maken met seksueel geweld. Sinds de jaren 2000 onderzoeken alsmaar meer wetenschappers de link tussen seksueel geweld en symptomen van de lage urinewegen.

Op het laatste congres van de International Continence Society (ICS), dat begin oktober heeft plaatsgevonden in Maastricht, zijn meerdere presentaties over seksueel geweld gegeven in combinatie met een workshop over 'Sexual trauma and LUTS'.

Statistieken en mechanismen

In 2023 werd een overzichtsartikel gepubliceerd.(1) Niettegenstaande de verschillen in studieopzet en robuustheid van de gegevens tekent zich in meerdere studies toch een tendens af:

  • De frequentie van incontinentie bedroeg 72% bij de vrouwen die tijdens de kinderjaren seksueel waren misbruikt, tegenover 22% in de controlegroep (Davila).

  • Bijna de helft (49,6%) van de vrouwen die op een spreekuur voor symptomen van de lage urinewegen werden gevolgd, had een seksueel trauma meegemaakt tegenover 20,1% in de huisartsgeneeskunde (Klausner).

  • Jonge vrouwen die tijdens de adolescentie waren verkracht, vertoonden 2,7-maal vaker afwijkingen van de bekkenbodem (Postma).

Een PTSS als gevolg van seksueel geweld kan ook negatieve invloed hebben op het spijsverteringsstelsel. Dat blijkt onder meer uit een studie uitgevoerd bij meer dan driehonderd vrouwen in Kivu (Congo), die op het ICS 2026 is gepresenteerd. (3) In Kivu woedt al jaren een conflict tussen gewapende groepen. Vrouwen worden er op grote schaal verkracht als oorlogswapen. In de studie bedroeg de frequentie van constipatie 45,1% bij de vrouwen met een PTSS die het slachtoffer waren geweest van seksueel geweld, en 25% in de controlegroep.

Kortom, er bestaat een correlatie tussen een voorgeschiedenis van seksueel geweld en bepaalde bekkensymptomen. De onderliggende mechanismen zijn nog niet goed opgehelderd en ook het oorzakelijke verband is niet altijd bewezen. Er worden meerdere hypothesen naar voren geschoven zoals directe letsels van het perineum, hypertonie of gebrekkige relaxatie van de bekkenbodem als gevolg van angst, ontregeling van de stressas en de serotoninerge wegen, afwijkingen van de as tussen de hersenen en de blaas, somatisatie in het kader van een complex PTSS.

Informatie over een voorgeschiedenis van seksueel geweld van een patiënt verbetert de behandeling op alle niveaus

Erover spreken om beter te behandelen

Om meerdere redenen is het belangrijk hier met uw patiënten over te spreken. Informatie over dergelijke ervaringen kan helpen een beter inzicht te krijgen in de oorzaak van de klachten en de evaluatie kan dienovereenkomstig aangepast worden. Het is belangrijk te vermijden dat de patiënt ‘opnieuw zou worden getraumatiseerd’ door een invasief klinisch onderzoek en/of invasieve procedures die niet nodig zijn of te ‘bruusk’ worden uitgevoerd.

De verkregen informatie kan ook de therapeutische opties sturen. Een voorbeeld, sommige psychotrope farmaca (tricyclische antidepressiva, antipsychotica enz.) hebben een anticholinerge werking en kunnen dus afwijkingen van de blaaslediging verergeren of urineretentie in de hand werken.

Als de patiënt (zeer) recente seksuele agressie meldt, kan de arts ook analyses ad hoc uitvoeren, een profylaxe tegen seksueel overdraagbare infecties voorschrijven of de patiënt verwijzen naar een centrum voor behandeling van seksueel geweld.

Psychologische ondersteuning is steeds aangewezen, maar let op voor misverstanden. “Artsen zijn opgeleid om enigmata op te lossen, om te achterhalen wat er niet gaat, en om een behandeling voor te stellen”, aldus Caroline Selai, medisch psychologe verbonden aan het Queen Square Institute of Neurology, Londen, op het congres van de ICS.

“In geval van complexe, raadselachtige of slecht omschreven symptomen, wat vaak zo is bij patiënten met een PTSS, verliezen sommige artsen hun geduld, geraken ze geprikkeld en geven ze het misschien op: “Alle onderzoeken zijn normaal, het probleem zit (misschien) in uw hoofd” … Dat komt zeer slecht over bij slachtoffers, omdat op die manier genegeerd wordt wat ze hebben meegemaakt.” Geef patiënten steeds het advies naar een psycholoog te gaan, niet om ervan af te zijn, maar in het kader van een allesomvattend biopsychosociaal beleid.

Vier adviezen voor artsen

Een huisarts kan zich niet zomaar omscholen tot psycholoog. En niet iedereen voelt zich prettig bij dit onderwerp. Daarom enkele adviezen om van de consultatie een 'safe space' te maken en een goede vertrouwensrelatie op te bouwen.

  1. Durf het onderwerp aan te snijden, zonder ongemak en zonder opdringerigheid. U kan zeggen: “U bent niet verplicht me nu alles te vertellen. Maar als ik weet wat er u is overkomen, zou ik u beter kunnen helpen.”

  2. Geef psycho-educatie. Om te voorkomen dat de patiënten verrast worden door de vraag, kan het goed zijn er in de wachtzaal al naar te verwijzen via posters of flyers. Op die manier kunt u meteen uitleggen dat die vragen onderdeel zijn van de anamnese. Bijvoorbeeld: “Veel van mijn/onze patiënten hebben traumatische gebeurtenissen beleefd. Dat kan invloed hebben op de symptomen. Ik ga u dan daar ook vragen over stellen. Vindt u dat goed?”

  3. Vraag stelselmatig de toestemming van de patiënt. De wet betreffende de rechten van de patiënt stelt onder meer dat de patiënt zijn toestemming moet geven. Dat is nog belangrijker bij slachtoffers van seksueel geweld. “Voor alles wat u doet, moet u eerst uitleggen wat u gaat doen, eventueel waarom, en daarna moet u altijd vragen of de patiënt daarmee akkoord gaat”, raadt Caroline Selai aan.

  4. Verwijs naar een psycholoog: win informatie in bij de netwerken voor geestelijke gezondheidzorg en de centra voor behandeling van seksueel geweld in uw streek.

Referenties:

  1. C. Selai et al, “Systematic review exploring the relationship between sexual abuse and lower urinary tract symptoms” in Int Urogynecol J 2023;34:635-653.

  2. C. Selai et al, “ High Prevalence of Psychological Comorbidities and Functional Neurological Symptoms in Women With Urinary Retention” in J Urol 2024;212:136-144.

  3. T. Reman et al, “Impact of post-traumatic stress disorder related to sexual violence on constipation among women in the Democratic Republic of Congo: a multicenter cross-sectional study”, congres ICS, Maastricht, oktober 2026.

Wat heb je nodig

Deel je (nieuws)verhaal

Heb je nieuws dat relevant is voor onze redactie? Deel het met ons via het meldformulier.

Nieuws melden
Print Magazine

Recente Editie
20 oktober 2026

Nu lezen

Ontdek de nieuwste editie van ons magazine, boordevol inspirerende artikelen, diepgaande inzichten en prachtige visuals. Laat je meenemen op een reis door de meest actuele onderwerpen en verhalen die je niet wilt missen.

In dit magazine