Sporten is (waarschijnlijk) niet schadelijk voor de bekkenbodem
Is lichamelijke activiteit schadelijk voor de bekkenbodem? Volgens een Canadese review, die op het congres van de ICS is gepresenteerd, is dat waarschijnlijk niet zo. In de meeste studies die actievere groepen hebben vergeleken met minder actieve, is geen enkel verschil waargenomen en waren de resultaten zelfs beter in de actiefste groepen.
Zou het kunnen dat bepaalde sporten negatieve invloed hebben op de bekkenbodem? (1) De tot nog toe gepubliceerde studies gaan vooral over specifieke activiteiten en criteria die te maken hebben met de symptomen. Er was nog geen overzichtsartikel geschreven over de gegevens op verschillende leeftijden bij mannen en vrouwen en over de aard van de activiteiten in studies die de vorm en de functie van de bekkenbodem hebben onderzocht. Dat heeft een groep van de Universiteit van Montreal nu gedaan. De studie is gepresenteerd op het laatste congres van de International Continence Society (ICS) in Maastricht (2).
Studieopzet
De onderzoekers hebben de literatuur doorgenomen om de vorm en de functie van de bekkenbodem te vergelijken tussen actievere en minder actieve groepen en dat met behulp van meerdere tools. In vijf gegevensbanken hebben ze 21 studies bij in het totaal 2.325 volwassen vrouwen (vooral nulliparae, jonger dan 55 jaar en niet-gemenopauzeerd) gehandhaafd voor hun overzichtsartikel met uitzondering van één studie uitgevoerd bij 37 mannelijke mountainbikers. De vrouwen beoefenden meerdere sporten, activiteiten met een sterke impact, joggen, gewichtheffen enz. Alle studies hebben minstens twee groepen met een verschillend activiteitsniveau vergeleken.
Resultaten: geen schadelijk effect op de bekkenbodem
Volgens de summiere transversale gegevens (samengevatte gegevens afkomstig van studies die groepen op één enkel tijdstip hebben vergeleken) is fysieke activiteit a priori niet schadelijk voor de bekkenbodem. In de meeste studies zijn geen duidelijke verschillen waargenomen tussen actieve en minder actieve groepen, en als er al een verschil werd gezien, was dat in het voordeel van de actievere groepen. Enkele voorbeelden:
Digitale palpatie: geen verschil in maximale vrijwillige contractiekracht in vijf op de zeven studies.
Intravaginale druk en dynamometrie: de maximale kracht was in vijf op de tien studies hoger in de actievere groepen (lager in één studie, van zwakke kwaliteit). Grotere verschillen wat duur van de intravaginale contractie betreft.
Beeldvorming: geen verschil in oppervlakte van de urogenitale hiatus in rust en bij contractie van de bekkenbodem bij mensen die sporten met een hoge impact beoefenden, of loopsters (drie op de vier studies).
Geen teken van verzakking van de bekkenbodem of de vaginawand (twee van de twee studies).
Beperkingen en perspectieven
Elk overzichtsartikel vertoont wel wat zwakke punten. “Uit transversale studies kan je niet afleiden of er al dan niet een oorzakelijk verband is”, aldus Marie-Pierre Cyr, hoogleraar aan de École de réadaptation van de Universiteit van Montréal. “De gegevens zijn beperkt, de studieopzet laat wat te wensen over en de studies zijn heterogeen. Mannen, kinderen, ouderen, transgenders en vrouwen die een of meer kinderen hadden gebaard, zijn ondervertegenwoordigd. Prospectieve, longitudinale studies zijn wenselijk om onze conclusies te bevestigen.” Het overzichtsartikel maakt echter toch al brandhout van enkele misvattingen en pleit ervoor lichaamsbeweging te nemen voor de gezondheid en de preventie van ziekte.
Referenties:
1. K. Bø et I. E. Nygaard, “ Is physical activity good or bad for the female pelvic floor? A narrative review”, Sports Med 2020;50(3):471-484.
2. M-P. Cyr et al, “Potential impact of physical activity on pelvic floor morphometry and function: a systematic review of studies comparing physically active and less active populations”, congres van de ICS, Maastricht, oktober 2026. Continence 2026;19S:102580.