Type 1-diabetes: correleert de reactie op meldingen van een geconnecteerde insulinepen met een betere glykemiecontrole?
PRAKTIJK Bij patiënten met type 1-diabetes die meerdere insuline-injecties per dag krijgen, zou je de behandeling gemakkelijker kunnen aanpassen met een combinatie van een geconnecteerde insulinepen en continue glucosemonitoring. Resulteren die systemen echter in een betere glykemiecontrole? Op het EASD 2026 heeft prof. Laurent Crenier (Erasmusziekenhuis, Brussel) een gerandomiseerde studie gepresenteerd die de correlatie tussen de reactie op meldingen en de glykemiecontrole heeft onderzocht.

Van de glykemie tot een therapeutische beslissing
Door continue glucosemonitoring (CGM) kan je de schommelingen van de glykemie volgen en hyper- en hypoglykemie detecteren. Bij patiënten die meerdere insuline-injecties per dag krijgen (multiple daily injections, MDI), hangen de interpretatie van die informatie en de daaruit voortvloeiende therapeutische beslissingen echter sterk af van de patiënt zelf. ‘Smart MDI’-systemen bundelen de gegevens van de glucosesensor en die van een geconnecteerde insulinepen en beschikken over functies om de doses te berekenen en situaties te melden waarvoor een interventie vereist kan zijn.(1)
De Smart MDI-studie (CIP343) is op 2 oktober 2026 gepresenteerd op het congres van de EASD. Die multicentrische, gerandomiseerde studie, waar meerdere Belgische centra aan hebben meegewerkt, heeft de werkzaamheid en de veiligheid van een Smart MDI-systeem vergeleken met die van voortzetting van meerdere insuline-injecties per dag met continue of intermitterende meting van de glykemie.(2,3)
Gerandomiseerde studie met follow-up van zes maanden
De prospectieve, multicentrische, open studie heeft het Smart MDI-systeem met een geconnecteerde insulinepen (InPen) en de Simplera-glucosesensor gedurende zes maanden vergeleken met een conventionele behandeling met meerdere insuline-injecties per dag met CGM of isCGM. Het onderzochte systeem registreert de toegediende doses, berekent de insulinedoses en stuurt een melding als de patiënt een insuline-injectie overslaat of bij een hoge glykemie.(1,2)
Het primaire eindpunt was het percentage van de tijd dat de glykemie tussen 70 en 180 mg/dl lag (TIR). De absolute non-inferioriteitsmarge werd vastgelegd op 7,5 percentpunten. Op het congres zijn de resultaten gepresenteerd over 143 patiënten met type 1-diabetes en een HbA1c-gehalte hoger dan 8%.(2,4)
Het Smart MDI-systeem is niet inferieur gebleken aan meerdere insuline-injecties met glucosemonitoring, het primaire eindpunt van de studie.(4)
Een correlatie tussen de reactie op meldingen en de glykemiecontrole
Bij analyse van het gedrag van de gebruikers zijn echter verschillen in de frequentie van reageren op de meldingen vastgesteld. Na zes maanden was de TIR 8,1 percentpunten hoger bij de patiënten van de Smart MDI-groep die vaker reageerden op meldingen van een vergeten injectie of hyperglykemie, dan in de groep die daar minder vaak op reageerde. Het HbA1c-gehalte was 0,6 percentpunten lager in de meest reactieve groep (zie figuur).(3,4)
Bij een aanvullende analyse was het HbA1c-gehalte lager bij de patiënten die in minstens 28% van de gevallen gevolg gaven aan de meldingen, dan bij de patiënten die meerdere insuline-injecties per dag kregen met CGM, maar zonder Smart MDI-systeem.(4)
Tijdens de follow-up is geen enkel geval van ernstige hypoglykemie of diabetische ketoacidose gerapporteerd in de 'Smart MDI’-groep. Gezien het kleine aantal patiënten kan die mogelijkheid echter niet volledig worden uitgesloten.(4)
Concordante observaties in het reële leven
De correlatie tussen reactie op de meldingen en de glykemiecontrole was al onderzocht bij gebruikers van het systeem. In 2025 is een observatieonderzoek verschenen dat is uitgevoerd bij 1.852 type 1-diabetespatiënten. In die studie is een positieve correlatie gemeten tussen de frequentie van reageren op meldingen en de TIR. Een sneller reageren correleerde ook met een betere glykemiecontrole.(1)
Cuesta et coll. hebben een longitudinale analyse uitgevoerd van de gegevens van 2.604 Smart MDI-gebruikers. De veranderingen van de frequentie van reageren op de meldingen correleerden met veranderingen van de TIR, met name bij de patiënten bij wie de glykemiecontrole aanvankelijk slecht was.(5)
In de Smart MDI-studie was de TIR niet lager met dat systeem dan met meerdere insuline-injecties plus glucosemonitoring. Ook is een correlatie vastgesteld tussen de frequentie van reageren op de meldingen en een betere glykemiecontrole. Bij patiënten met type 1-diabetes die meerdere insuline-injecties per dag krijgen, leren die observaties dat je niet alleen rekening moet houden met de functies van de geconnecteerde toestellen, maar ook met de wijze waarop de patiënten die in het dagelijkse leven toepassen.
Referenties:
1. Laurenzi A, Edd SN, Adolfsson P, et al. Insights into the effective use of the Smart MDI system: Data from the first 1852 type 1 diabetes users. Diabet Med. 2025;42(12). doi:10.1111/dme.70161.
2. ClinicalTrials.gov. Smart MDI Study (CIP343). NCT06645834. https://clinicaltrials.gov/study/NCT06645834.
3. Crenier L, Haluzik M, Lind M, et al. The Smart MDI system in people with type 1 diabetes and high HbA1c: a randomised controlled trial demonstrating that response to notifications drives outcomes. Mondelinge mededeling nr. 220. 62nd EASD Annual Meeting, Milaan, 2 oktober 2026.
4. MiniMed. Responding more frequently to MiniMed Smart MDI alerts linked to better glucose outcomes for people with diabetes. Mededeling op 5 oktober 2026. https://investors.minimed.com/2026-10-05-Responding-more-frequently-to-MiniMed-Smart-MDI-alerts-linked-to-better-glucose-outcomes-for-people-with-diabetes.
5. Cuesta M, Strivay M, Rizzi A, et al. Impact of User Responses to Smart MDI Notifications: Insights From a Longitudinal Real-World Study of 2604 Smart MDI System Users. Diabetes Obes Metab. 2026;28(8):7636-7639. doi:10.1111/dom.70947.