“Het immense gevoel van verantwoordelijkheid wordt onderschat”
Anesthesist Arne Wouters: “Wij doen veel meer dan mensen in slaap brengen”
Over anesthesisten bestaan heel wat vooroordelen, zelfs onder artsen. Arne Wouters, arts-assistent anesthesie bij het UZA, vertelt wat anesthesisten werkelijk doen, wat hun werk zo complex maakt, en hoe ze omgaan met de grote verantwoordelijkheid.
Artsenkrant spreekt Arne Wouters op een van de laatste dagen van zijn assistentschap – op 1 oktober is zijn erkenning rond. Hij volgde de basisopleiding geneeskunde en de specialisatie anesthesie aan de Universiteit Antwerpen, gecombineerd met een doctoraatstraject.
Toen hij aan de opleiding geneeskunde begon, ging zijn belangstelling eigenlijk naar urgentiegeneeskunde en spoedeisende zorg. “Tijdens stages op spoedafdelingen wezen stafleden me erop dat ik ook via de opleiding anesthesie kon gaan: die legt een brede basis voor de acute disciplines, en geeft nadien toegang tot een bijkomende specialisatie in de intensieve zorgen”, vertelt Wouters.
Misverstanden, ook bij artsen
Een van de grootste misverstanden over anesthesie is dat het eentonig is, zeg maar: mensen in slaap doen en weer wakker maken. “Het is juist zeer veelzijdig en afwisselend”, betoogt Wouters. “Je moet geoefend zijn in luchtwegmanagement in al zijn vormen en facetten, in het creëren van vasculaire access, in vasoactieve medicatie ter ondersteuning van de hartfunctie en bloeddruk, ook in acute en kritieke situaties. Wanneer het erop aankomt, moet je snel kunnen handelen; je hebt geen tijd om op back-up te wachten.”
'Ik kan niet aan een knopje draaien om een bloeddruk meteen 5 mmHg lager te krijgen'
Ook bij artsen leven er misverstanden over anesthesie, zegt Wouters. “Soms gaat het over het medisch-inhoudelijke. Onze chirurgische collega's zijn heel taakgericht tijdens een procedure, wat heel begrijpelijk is. Maar soms vragen ze iets wat botst met het anesthesiologische gegeven. Als een patiënt die cardiaal sterk belast is een hele procedure in trendelenburgpositie heeft gelegen, kunnen we die niet zomaar in antitrendelenburgpositie leggen voor chirurgische expositie, want dat zal die patiënt hemodynamisch niet verdragen. En dan moeten wij dat weigeren.”
“Nog zo’n misverstand is dat wij over alles perfecte controle hebben. Bij een patiënt met chronische arteriële hypertensie bijvoorbeeld moeten wij een balans vinden tussen een zo laag mogelijke bloeddruk om de chirurg tevreden te stellen, en anderzijds de bloeddruk die noodzakelijk is om de hersenintegriteit te vrijwaren. Stel dat de bloeddruk van de patiënt rond 110 mmHg moet zijn: dat gaat soms 105 mmHg zijn en soms 115 mmHg. Ik kan niet aan een knopje draaien om die meteen 5 mmHg lager te krijgen.”
Soms zijn de misverstanden subtieler, zegt Wouters. “Het is niet zo dat we iemand in slaap doen, en dan vrij zijn tot die weer wakker moet worden. Het is een medische noodzaak én een deontologische vereiste dat een anesthesist gedurende de ingreep toezicht houdt en meteen moet kunnen optreden.”
“Het gebeurt dat het verloskwartier tijdens de nacht belt voor een epidurale bij een zwangere dame. Maar als de anesthesist op dat moment bezig is met een levensbedreigende situatie zoals een type A-dissectie of een grote nabloeding, dan kan je niet zomaar even weg. Dat stuit soms op onbegrip: die vrouw heeft veel pijn, en jullie kunnen niet komen.”
Lokaal versus algemeen
Een andere misvatting die Wouters in zijn boek weerlegt, is dat lokale anesthesie eenvoudiger en minder complex zou zijn dan een volledige. “Bij een volledige narcose zeggen we wel eens dat anesthesisten zijn zoals het casino: the house always wins. Zelfs heel uitdagende patiënten zullen wij in slaap krijgen. Bij lokale anesthesie heb je die zekerheid niet: soms lukt het gewoon niet om een patiënt lokaal te verdoven. Er zullen altijd patiënten zijn die geconverteerd moeten worden naar een algemene narcose.”
“Er zijn disciplines waarbij algemene narcose een conditio sine qua non blijft en lokale anesthesie hooguit een aanvulling kan zijn. Denk bijvoorbeeld aan slokdarmchirurgie. Een epidurale katheter zal uiteraard comfort bieden voor de patiënt na de operatie. Maar die slokdarmchirurgie uitvoeren, transthoracaal, zonder algemene anesthesie, dat is vandaag helemaal niet ingeburgerd en zal maar door weinig patiënten geaccepteerd worden.”
“Omgekeerd kunnen bepaalde procedures – vaak gaat het dan over orthopedische procedures – perfect onder locoregionale verdoving. Maar als een patiënt een panische angst heeft om een ingreep wakker mee te maken, kunnen we uiteraard bijvoorbeeld een carpal tunnel release faciliteren onder algemene anesthesie.”
Patiënt beslist mee
Als er keuze is tussen volledige en lokale narcose hebben zowel de chirurg als de patiënt inspraak, zegt Wouters. “Er zijn chirurgen die voor een heupprothese een absolute voorkeur hebben voor spinale verdoving, terwijl een collega voor dezelfde procedure algemene verdoving verkiest.”
“Ik denk dat die voorkeur van de chirurg vaak als primair voorstel wordt gedaan aan de patiënt. Sommige patiënten zullen ermee instemmen, terwijl andere patiënten – en dat is niet meer dan terecht – hun eigen voorkeur duidelijk zullen maken. Als dat zowel anesthesiologisch als chirurgisch verantwoord is, dan zullen wij hen volgen.”
'Ik vind dat juist aangenaam aan onze discipline, dat we meer achter de schermen staan'
Soms gebeurt het dat de patiënt van gedacht verandert vlak voor de operatie, vertelt Wouters. “Je staat dan klaar met een optrek voor een algemene narcose, maar de patiënt geeft aan dat hij toch liever spinale heeft. Ik denk dat we daar heel flexibel in zijn.”
Een groot verschil met chirurgie, waar de reputatie van de specialist mee kan spelen bij de keuze van de patiënt, is dat bijna geen enkele patiënt bewust voor een bepaalde anesthesist kiest. “Ik vind dat juist aangenaam aan onze discipline, dat we meer achter de schermen staan. Ik hoef niet per se vooraan op het toneel te staan”, zegt Wouters. “Wanneer patiënten een voorkeur doorgeven voor een anesthesist, dan zijn dat vaak collega’s of familie van collega's. Dat voelt dan als een compliment.”
Verhalen die aan de ziel kleven
In het boek beschrijft Wouters ook enkele gevallen die ondanks alle inspanningen een fatale afloop kenden. “We blijven een acute en kritieke discipline. Het is inherent om daarmee geconfronteerd te worden. Een overlijden is altijd een overlijden, en sommige verhalen blijven aan je ziel kleven.”
Volgens Wouters is er een groot verschil tussen enerzijds een crisissituatie op intensieve zorgen, op spoed, of pre-hospitaal met de MUG, en anderzijds een onverwachte crisissituatie in een operatiekwartier. “Als een patiënt post-reanimatie, met uitgesproken cardiale schade, neurologisch niet al te goed, op intensieve zorgen opnieuw in een hartstilstand komt, dan doe je vanzelfsprekend je best om die patiënt erdoor te halen conform de gemaakte afspraken. Maar als dat niet lukt, voelt dat minder als een persoonlijke fout of falen aan”, legt hij uit.
“Dat is heel anders wanneer een 18-jarige gezonde kerel tijdens een appendectomie in asystolie gaat en een hartstilstand krijgt. Je zit dan ook in een reanimatiesetting, en die is op zich niet anders dan wat je moet doen op intensieve, op spoed, of met de MUG. Maar het immense gevoel van verantwoordelijkheid dat je op zo’n moment acuut overvalt, wordt vaak onderschat. En als het slecht afloopt, zal je je altijd afvragen: heb ik iets verkeerds gedaan? Het gevoel bestaat soms dat zoiets een deel van de job is, niet alleen voor anesthesie maar voor alle kritieke disciplines. Maar het komt hard aan.”
Mentaal welzijn
In de medische wereld hebben anesthesisten een bedenkelijke reputatie als het gaat om middelengebruik, en ze staan bovenaan in onderzoeken naar suïcide bij artsen, schrijft Wouters in het boek. Is er wel voldoende aandacht voor het mentale welzijn binnen de beroepsgroep?
“Ikzelf kan zo’n ingrijpende gevallen doorgaans relatief goed plaatsen. Ik heb mijn eigen netwerk in mijn vriendenkring waarbij ik terecht kan. Maar ik kan mij inbeelden dat het moeilijker is voor collega’s die niet zo’n netwerk hebben waarop ze terug kunnen vallen.”
“In de ziekenhuizen heeft er de voorbije tien, twintig jaar absoluut een gunstige evolutie plaatsgevonden. Je wordt veel beter ondersteund. Maar ik denk dat het er vaak nog van afhangt of je collega’s die nood wel capteren. Het kan zeker nog beter.”
>> Arne Wouters, Slaap lekker. Een anesthesist vertelt. Pelckmans Uitgevers, 2026.