Tekort aan arbeidsartsen: leentjebuur spelen?
Zowat elke tak van de geneeskunde kreunt onder een (chronisch) artsentekort, ook de arbeidsgeneeskunde. Kunnen we iets leren van de paden die onze noorderburen willen bewandelen?
Dokter Wim Van Hooste, preventieadviseur-arbeidsarts
In juni 2026 verscheen er in Nederland een rapport met als titel ‘Opleidingsrichtingen voor het tekort aan verzekeringsartsen - Een onderzoek vanuit het perspectief van verzekeringsartsen en burgers’ (Aapkes et al., Nivel, Utrecht, 2026). Inderdaad, ook burgers kregen inspraak.
Zowat elke tak van de geneeskunde kreunt onder een (chronisch) artsentekort, ook de arbeidsgeneeskunde. Kunnen we iets leren van de paden die onze noorderburen willen bewandelen? Optimalisatie van de inzetbaarheid van de beschikbare artsen, hoe pakken we dat aan in tijden van schaarste?
Taken van de arts naar de verpleegkundige verschuiven, wordt vlug gezien als dé oplossing want het lijkt vrij eenvoudig. Ook in België wordt er ingezet op de arbeidsverpleegkundige, die onder toezicht van de arbeidsarts een aantal zaken mag (gaan) doen.
Dat 'toezicht' is echter voor interpretatie vatbaar. De eindverantwoordelijkheid ligt in ieder geval bij de arbeidsarts. Dat biedt kansen, maar er zijn ook barrières. Sommige dossiers zijn te complex om door verpleegkundige beoordeeld te worden.
Heldere en actuele (wetenschappelijke) richtlijnen en standaarden, voor arts én verpleegkundige, kunnen hierbij helpen. Maar laat Belgen nu juist niet sterk te zijn in het schrijven ervan, in tegenstelling tot onze noorderburen.
Verder is een imagocampagne zeker noodzakelijk, want onbekend is onbemind. Tijdens de masteropleiding Geneeskunde wordt het vak van arbeidsarts nog steeds te weinig belicht. Daar zou het zaadje gepland moeten worden.
Enthousiasmeren van jonge artsen met specifieke wervingscampagnes is een mogelijkheid. Dat onze collega’s meer weet krijgen wat de arbeidsgeneeskunde nu precies is, maar ook niet is, is een mooi meegenomen aspect.
Aan de uitstroom van ontevreden artsen tijdens de opleiding tot arbeidsarts kan wél iets veranderd worden.
Nog zo’n eenvoudige ingreep op het eerste gezicht: instroom verhogen en/of uitstroom verlagen. De uitstroom uit het métier wordt voornamelijk veroorzaakt door de pensioenen. Daar kun je weinig tegen doen, tenzij gepensioneerden er toch voor kiezen om te blijven werken (meestal deeltijds).
Maar aan de uitstroom van ontevreden artsen tijdens de opleiding tot arbeidsarts kan wél iets veranderd worden. Werkplezier creëren is noodzakelijk.
De instroom heeft dan weer te lijden gehad onder het instellen van het toelatingsexamen in 1997. Gelukkig zijn er de talrijke zij-instromers die met hun expertise en ervaring de arbeidsgeneeskunde komen verrijken.
Rapportage zou door gebruik van artificiële intelligentie eenvoudiger gemaakt kunnen worden. Het samenvatten van ingewikkelde dossiers is een andere mogelijkheid die bestudeerd moet worden in het kader van tijdwinst in een arbeidsgeneeskundige context.
De Nederlanders maken gebruik van het BAR-instrument, of Beschrijving van Arbeidsbelastbaarheid en Re-integratie. Het is een wetenschappelijk onderbouwd instrument dat de mogelijkheid biedt om de belastbaarheid en mogelijkheden voor re-integratie van zieke werknemers op uniforme wijze te beschrijven en documenteren.
In België zijn we begin 2026 gestart met het beoordelen van ‘arbeidspotentieel’ aan de hand van 11 vragen die aan de zieke werknemer na 8 weken arbeidsongeschiktheid gesteld worden. Maar er werd gemorreld aan de score die zou moeten samenhangen met de aanwezigheid van arbeidspotentieel.
Een instrument is slechts valide als het daadwerkelijk het begrip meet dat het beoogt te meten. Door het scoresysteem aan te passen, zou dat voor een verschuiving van de resultaten kunnen zorgen.
De basis van de Belgische benadering is gebaseerd op de RTW-SE-bepaling ontwikkeld door Noorse onderzoekers voor psychosociale problematiek: Return To Work – Self Efficacy (geloof in eigen kunnen om terug te keren op de werkvloer).
Het is dus afwachten of de bepaling van het arbeidspotentieel op korte of langere termijn een meerwaarde zal bieden voor langdurig zieke werknemers.