Planning van het medisch aanbod faalt
Karel Vermeyen, voorzitter Aktiekomitee Vlaamse Sociale Zekerheid en voormalig voorzitter Federale Planningscommissie
Jürgen Constandt, ondervoorzitter Aktiekomitee Vlaamse Sociale Zekerheid en voorzitter Vlaams & Neutraal Ziekenfonds
Ongeveer 7.000 jongeren namen deel aan de toelatingsproef voor de studie geneeskunde, een vergelijkende proef die de 1.878 best gerangschikte kandidaten zal selecteren. Dat is 451 meer dan het aantal RIZIV-nummers die de federale regering voorzien heeft voor 2032. Rekening houdend met een studie-uitval van 10% betekent dit dat 265 afgestudeerden geen toegang zouden hebben tot het gezondheidszorgsysteem.
Moeten we hierover bezorgd zijn? Neen, want de Franstaligen hebben 25 jaar lang overtallen studenten toegelaten en wie het wenste heeft ook een RIZIV-nummer bekomen. Ze hebben zich niets aangetrokken van de federale quota. Om hieraan tegemoet te komen werden in de adviezen van de Planningscommissie Medisch Aanbod behoefteramingen in het voordeel van de Franstaligen ingecalculeerd en werd een systeem van “lissage” ingevoerd waardoor de overtallen uitgespreid konden worden over de volgende jaren.
Tekort van 775 artsen
In Vlaanderen werd wel vanaf de start een toelatingsproef georganiseerd hetgeen er toe geleid heeft dat voor de Nederlandstaligen 1.040 RIZIV-nummers minder werden toegewezen dan voorzien, terwijl de Franstaligen nog steeds met een overtal van 1.531 geconfronteerd worden. Als Vlaams minister Zuhal Demir nu naar verwachting 265 artsendiploma’s extra zou toelaten is het tekort voor Vlaanderen nog steeds 775!
In 2022 creëerde federaal minister Frank Vandenbroucke, in ruil voor de belofte van de Franstaligen om een “concours” te organiseren, de wettelijke basis om in de toekomst in verband met de aanbodbeheersing “nadere regels” te kunnen bepalen via een in de ministerraad overlegd Koninklijk Besluit. Sindsdien is de discussie over de overtallen zelfs op de achtergrond verdwenen!
Optimale instroom
In sommige regio’s van Vlaanderen zijn tekorten ontstaan in het medisch aanbod, vooral bij huisartsen en algemene tandartsen. We kunnen alleen maar vaststellen dat de contingentering niet gewerkt heeft. De Federale Planningscommissie is tot nu toe niet geslaagd in haar opdracht: het aanbod af te stemmen op de vraag met als doel de uitgaven in de gezondheidszorg te beheersen. Bovendien zijn er vragen te stellen bij de methode die de Federale Planningscommissie gebruikt om de quota in te schatten.
De laatste jaren wordt de “optimale instroom” berekend aan de hand van een financiële proxy (de RIZIV-uitgaven per arts) en een gedifferentiëerde activiteitsgraad voor Franstaligen en Nederlandstaligen. Dit gebeurt op basis van haar expertise en terreinkennis (sic). Het resultaat is dat ruimere quota voor Franstaligen geadviseerd worden. In de ministerraad worden deze quota wel gedeeltelijk gecorrigeerd in de richting van een 60/40 verhouding, de demografische verhouding in België.
Vlaams Minister Demir heeft dus voldoende argumenten om grotere aantallen studenten toe te laten tot de studie geneeskunde en dit ter ondersteuning van de toegankelijkheid van de knelpuntspecialiteiten en vooral de huisartsgeneeskunde. De methode waarop de adviezen van de Federale Planningscommissie zijn gebaseerd, dient kritisch te worden onderzocht.