Gezondheidsrecht

Wetsontwerp dat IMA fraude laat opsporen ingediend bij Kamer

Het wetsontwerp dat het Intermutualistisch Agentschap ruime bevoegdheden geeft om fraude, overconsumptie en ondoelmatige zorg op te sporen, werd dinsdag ingediend bij Kamer van Volksvertegenwoordigers.

24 juni 2026

Herman Nys, em. prof. medisch recht KU Leuven

De federale regering diende op 23 juni bij de Kamer van Volksvertegenwoordigers twee wetsontwerpen in. Het opschrift van Wetsontwerp (I) luidt: 'wetsontwerp houdende diverse bepalingen inzake gezondheid.' Het opschrift van Wetsontwerp (II) luidt: 'wetsontwerp tot wijziging van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, voor wat betreft geneeskundige evaluatie en controle'.

Het gaat om het wetsontwerp dat maandag werd voorgelegd aan het Verzekeringscomité van het RIZIV. Zoals Artsenkrant al berichtte, geeft hoofdstuk 5 van dit ontwerp het Intermutualistisch Agentschap (IMA) de bevoegdheid om facturatie-, voorschrijf- en patiëntgegevens te koppelen om fraude, overconsumptie en ondoelmatige zorg op te sporen.

De opsplitsing in twee aparte wetsontwerpen is het gevolg van het advies van de Raad van State, die erop had gewezen dat wijzigingen aan de organisatie van federale administratieve rechtscolleges (in casu de Kamers van eerste aanleg en de Kamers van beroep bij de Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle (DGEC) van het RIZIV) aangenomen moeten worden volgens de optioneel bicamerale procedure in Kamer en Senaat. Om dezelfde reden werd ook het voorontwerp van Kaderwet opgesplitst in Kaderwet (I) en Kaderwet (II).

Wetsontwerp (I)

Geneesmiddelen

Hoofdstuk 2 brengt wijzigingen aan in de GVU wet inzake geneesmiddelen, onder meer met betrekking tot de stopzetting van het in de handel brengen, de versnelde procedure voor onbeschikbaarheden, het statuut van weesgeneesmiddelen, retributie van de farmaceutische sector en biologische geneesmiddelen.

Ziekteverzekering

Hoofdstuk 3 luidt ‘Overige aspecten van de verzekering geneeskundige verzorging en uitkeringen’.

Deze hebben onder meer betrekking op de samenstelling van het Algemeen Comité en de leiding van het RIZIV, de Algemene Raad van de verzekering voor geneeskundige verzorging, de begrotingsprocedure, niet-begeleide minderjarige vreemdelingen, het actualiseren van de lijst van verstrekkingen, implantaten en invasieve medische hulpmiddelen, overeenkomsten met het Verzekeringscomité, opheffing van compensatie voor Justitie, inclusie van referentiecentra klinische biologie voor zeldzame ziekten, overeenkomsten voor de financiering van diensten in het kader van de digitalisering van gezondheidszorg, harmonisering van de bepalingen met betrekking tot de publiciteit van de zorgverleners, en geneeskundige evaluatie en controle.

Elektronisch voorschrijven

Hoofdstuk 6 regelt het elektronisch voorschrijven. Afdeling 1 bevat bepalingen in verband met het elektronisch geneesmiddelenvoorschrift. Op grond van artikel 72 § 1 van het wetsontwerp bepaalt de koning de datum vanaf wanneer het elektronisch geneesmiddelenvoorschrift verplicht is. Afdeling 2 regelt het elektronisch verwijsvoorschrift.

Luidens artikel 76, § 2  van het wetsontwerp is de algemene finaliteit van het elektronisch verwijsvoorschrift het toestaan van de uitvoering door de beroepsbeoefenaar, van het voorschrift elektronisch opgesteld door de voorschrijvende beroepsbeoefenaar, ten behoeve van een welbepaalde patiënt.

Wetsontwerp (II)

Taal van de rechtspleging in de DGEC

De enige bepaling van dit wetsontwerp heft de laatste zin op in artikel 145, § 1, eerste lid, van de GVU-wet. Dat artikel luidt nu als volgt:

‘De Kamers van eerste aanleg en de Kamers van beroep bestaan uit een Kamer die kennis neemt van alle zaken die in het Nederlands moeten worden behandeld, de andere Kamer neemt kennis van de zaken die in het Frans en in het Duits moeten worden behandeld. Voor de zaken die in het Duits moeten worden behandeld kan, indien nodig, een beroep gedaan worden op tolken of vertalers. De taal van de rechtspleging is de taal die de zorgverlener heeft gekozen bij zijn eerste verhoor door de ambtenaar bedoeld in artikel 146, § 1, eerste lid’.

Die laatste zin zal dus worden geschrapt.

De memorie van toelichting motiveert deze schrapping als volgt: ‘Er wordt verondersteld dat er tijdens een onderzoek door het inspecterend personeel van de DGEC steeds een verhoor van de zorgverlener plaatsvindt. Dat is evenwel niet noodzakelijk het geval, met name wanneer de zorgverlener het verhoor afwijst of wanneer het materieel onmogelijk is om een verhoor te organiseren (bijv. in het geval van een lockdown tijdens een pandemie). Aangezien de huidige tekst niet alle mogelijke  hypotheses dekt, is die te “restrictief” en moet hij worden aangepast’ (blz. 55-56). 

Wat heb je nodig

Krijg GRATIS toegang tot het artikel
of
Proef ons gratis!Word één maand gratis premium lid en ontdek alle unieke voordelen die wij u te bieden hebben.
  • digitale toegang tot de gedrukte magazines
  • digitale toegang tot Artsenkrant, De Apotheker en AK Hospitals
  • gevarieerd nieuwsaanbod met actualiteit, opinie, analyse, medisch nieuws & praktijk
  • dagelijkse newsletter met nieuws uit de medische sector
Heeft u al een abonnement? 

Deel je (nieuws)verhaal

Heb je nieuws dat relevant is voor onze redactie? Deel het met ons via het meldformulier.

Nieuws melden
Print Magazine

Recente Editie
16 juni 2026

Nu lezen

Ontdek de nieuwste editie van ons magazine, boordevol inspirerende artikelen, diepgaande inzichten en prachtige visuals. Laat je meenemen op een reis door de meest actuele onderwerpen en verhalen die je niet wilt missen.

In dit magazine