De man die zijn vrouw vreest
Mannelijk slachtofferschap van partnergeweld is een blinde vlek. Hoe komt dat, en wat kunnen we eraan doen?

Een Europese enquête naar gendergerelateerd geweld (EU-GBV), in 2021-2022 in België representatief afgenomen bij 5.494 personen, leverde een cijfer op dat in geen enkele krantenkop verscheen: 33,1% van de mannelijke respondenten rapporteerde ooit minstens één vorm van intiem partnergeweld te hebben ervaren, tegenover 31,3% van de vrouwen. Dat verschil is statistisch niet significant.
Voor wie dit cijfer instinctief in twijfel trekt – en die reflex ken ik – staat de cruciale nuance één regel verder. De aard van dat geweld verschilt fundamenteel. Van de mannelijke slachtoffers ervoer 74,1% uitsluitend psychologisch geweld (vrouwen: 48,6%).
Combinaties van meerdere geweldsvormen – fysiek én psychologisch én seksueel – komen bij vrouwen significant vaker voor (48,7% vs. 23,5%). Fysiek geweld treft vrouwen bijna twee keer zo vaak (14,4% vs. 8,5%); seksueel partnergeweld is bij mannen zo zelden gerapporteerd dat het onder de verspreidingsdrempel valt.
De totale prevalentie is dus vergelijkbaar, de morfologie niet. Mannelijke slachtoffers ervaren overwegend langdurig psychologisch geweld zonder fysieke component: kleinering, isolement, dwingende controle, dreiging met aangifte of met de kinderen, financiële controle, gaslighting.
Tegenover die 33,1% prevalentie staat een ontstellende politiestatistiek: van het totale aantal slachtoffers van intrafamiliaal geweld doet slechts ongeveer 3% aangifte. De kloof is geen artefact van afwezigheid. Het is een artefact van onzichtbaarheid.
Waarom wij het missen
Er bestaat een vakterm voor wat hier gebeurt: epistemisch onrecht. Prof. Ines Keygnaert (UGent, ICRH), die internationaal publiceert over mannelijke seksuele victimisatie, formuleert het zo: "Als een man en een vrouw exact hetzelfde verhaal vertellen, geloven we doorgaans sneller de vrouw en denken we mee over oplossingen. Mannen trekken we eerder in twijfel. Ze krijgen ook vaak te horen dat ze zich als een echte man moeten gedragen."
De man zelf weet vaak niet dat wat hij meemaakt 'partnergeweld' is
Dit geldt niet alleen voor leken. Onderzoek toont dat ook professionals – huisartsen incluis – onbewust genderscripts volgen bij het inschatten van slachtofferschap. Het "ideale slachtoffer"-frame, waarin een passieve vrouw wordt belaagd door een actieve man, is zo dominant dat het andere configuraties bijna onleesbaar maakt.
Wat te doen in de spreekkamer?
Mannelijke slachtoffers melden zich zelden met de juiste klacht. Ze melden zich met de gevolgen, zoals onverklaarde, persistente somatische klachten, angst- en stemmingsklachten, sociaal isolement, bagatelliserende communicatie, schrikachtigheid en incongruentie.
Geen enkel signaal is op zich pathognomonisch. Maar in combinatie, en zeker bij een patiënt die er voorheen niet zo bijzat, verdienen ze een gerichte vraag.
Bevraag genderneutraal. Niet "slaat uw vrouw u?" – wel "heeft uw partner ooit dingen gedaan waarvan u dacht: dit hoort niet?". Concrete patroon- en impactvragen werken beter dan incidentvragen:
- Heeft u het gevoel dat uw partner uw gedrag, bewegingen of contacten controleert?
- Bent u bang voor de reactie van uw partner op dagelijkse dingen?
- Heeft uw partner u ooit bedreigd – met de kinderen, met aangifte, met zelfmoord?
- Ziet u uw vrienden en familie minder dan vroeger?
- Heeft u het gevoel dat u niet meer weet wie u bent?
Bevraag beide partners apart. Valideer en bagatelliseer niet. "Dat moet beangstigend zijn" is een interventie. "Maar zij meent dat misschien niet zo" is dat ook – een schadelijke. De kans dat een man zich opnieuw zal openstellen na een gerelativeerd verhaal is klein.
Documenteer patronen, niet alleen incidenten. In juridische dossiers verdwijnen losse feiten; patronen over tijd, met datum en impact, blijven staan. Vergeet digitale en administratieve componenten niet (tracking, valse aangiften, lopende procedures). Bij fysieke letsels kan een correct attest van vaststelling later cruciaal bewijsmateriaal vormen. De patiënt neemt het attest desgewenst zelf mee bij aangifte; de arts geeft het niet rechtstreeks aan de politie (beroepsgeheim).
Wees alert op het post-separatierisico. Het geweld stopt zelden bij de scheiding, het verandert van vorm. Institutioneel en administratief misbruik – eindeloze procedures, instrumentalisering van de kinderen – is een erkende geweldsvorm waar mannelijke slachtoffers vaak nog jaren mee blijven kampen.
Verwijs door, ook als u twijfelt. Vergeet de kindreflex niet: kinderen die getuige zijn van partnergeweld zijn zelf slachtoffer van kindermishandeling – bevraag ze, signaleer waar nodig. Specifiek voor mannen bestaat er sinds maart 2026 ookmannen.be – een meertalige informatiesite met een zelfscan, veiligheidsplan en doorverwijzingen.
>> Dit is een ingekorte versie van een artikel dat verscheen op artsenkrant.com (rubriek Vakkennis). Daar vindt u nog meer praktische instrumenten voor de huisarts en verwijzingen naar richtlijnen en hulpbronnen.