OZ: impact van ouderschap op arbeidsongeschiktheid onderschat
Een studie van de Onafhankelijke Ziekenfondsen onderzoekt hoe de extra belasting van ouderschap kan leiden tot arbeidsongeschiktheid. Er zijn significante verschillen qua impact op de geestelijke gezondheid van mannen en vrouwen.
Op basis van gegevens van 313.088 leden die tussen 2017 en 2020 zijn gevolgd, laat de analyse zien dat moeders significant meer dan vaders blootstaan aan het risico om langer dan een maand niet te kunnen werken om psychische redenen.
Ouderschap kan soms een beschermende rol spelen, vooral voor vaders en sommige moeders die samenwonen met een partner, maar dit effect is ongelijk, fragiel en tijdelijk. Voor vrouwen, vooral als ze alleen wonen of meerdere jonge kinderen hebben, is ouderschap een factor van kwetsbaarheid.

Geestelijke aandoeningen en arbeidsongeschiktheid
We weten al enige tijd dat psychische problemen een belangrijke oorzaak zijn van arbeidsongeschiktheid en invaliditeit. Ze vormen ongeveer een derde van de gevallen van langdurige ziekte. Depressie, angst, burn-out, psychologische uitputting en gedragsstoornissen spelen een centrale rol bij langdurige afwezigheid.
Uit het onderzoek van OZ blijkt dat vooral ouders onder druk staan. Ze moeten aan hoge verwachtingen voldoen, zowel professioneel als privé. Deze dubbele belasting wordt weerspiegeld in de cijfers, in carrièrepaden en in het risico op werkonderbrekingen.
"Kinderboete"
De auteurs plaatsen hun werk in het bredere debat over de "kinderboete" (child penalty). Wetenschappelijke en medische literatuur toont aan dat de geboorte van een kind een van de belangrijkste oorzaken blijft van ongelijkheid tussen mannen en vrouwen op de arbeidsmarkt.
In België heeft recent onderzoek aangetoond dat na de geboorte van een eerste kind het inkomen van vrouwen sterk daalt en hun participatie op de arbeidsmarkt afneemt, terwijl de loopbaan van vaders veel minder wordt beïnvloed.
De studie van OZ breidt deze bevinding uit naar het gebied van de geestelijke gezondheid. Na de geboorte van een kind heeft de kloof tussen man en vrouw niet alleen betrekking op inkomen, deeltijds werk of loopbaanonderbrekingen, maar ook op het risico op arbeidsongeschiktheid.
Twee cohorten
De methodologie is gebaseerd op twee grote cohorten: aan de ene kant mensen die tussen 2017 en 2024 altijd hebben samengewoond met ten minste één kind onder de 25 jaar; aan de andere kant mensen die in deze periode nooit met een kind hebben samengewoond.
De auteurs maken ook onderscheid tussen mensen die samenwonen met een partner en mensen die alleen wonen. De belangrijkste gebruikte indicator is arbeidsongeschiktheid van meer dan een maand om psychische redenen, geïdentificeerd via de administratieve gegevens van de ziekenfondsen.
De in aanmerking genomen pathologieën omvatten zowel psychische stoornissen en gedragsstoornissen als burn-out. De keuze voor werkonderbrekingen van meer dan een maand maakt een eerlijke vergelijking mogelijk tussen werknemers, arbeiders en zelfstandigen, aangezien de compensatieregels verschillen naargelang het beroepsstatuut.
De centrale bevinding is ondubbelzinnig: vrouwen met kinderen hebben een significant hoger risico op een van deze psychische aandoeningen dan mannen met kinderen.
De centrale bevinding is ondubbelzinnig: vrouwen met kinderen hebben een significant hoger risico op een van deze psychische aandoeningen dan mannen met kinderen.
Moeders die samenwonen met een partner hebben meer dan twee keer zoveel kans op arbeidsongeschiktheid wegens een mentale aandoening als vaders die samenwonen met een partner. Bij alleenstaande ouders is het verschil nog groter: alleenstaande moeders hebben een risico dat 2,67 keer hoger is dan alleenstaande vaders.
Het resultaat: moeders worden onevenredig vaak getroffen door arbeidsongeschiktheid als gevolg van geestelijke gezondheidsproblemen, met een structurele kloof in vergelijking met vaders.
De gezinssituatie speelt een doorslaggevende rol. Voor ouders die als koppel leven, kan ouderschap zelfs een beschermend effect hebben in vergelijking met mensen zonder kinderen. Vaders met kinderen hebben een lager risico dan mannen zonder kinderen, ongeacht of ze nu alleen wonen of met z'n tweeën.
Vaders met kinderen hebben een lager risico dan mannen zonder kinderen, ongeacht of zij alleen wonen of met z'n tweeën.
Moeders die als koppel leven, hebben ook een lager risico dan vrouwen zonder kinderen die als koppel leven. Maar dit beschermende effect verdwijnt grotendeels in het geval van alleenstaande moeders. Hun risico ligt dicht bij dat van alleenstaande vrouwen zonder kinderen. Met andere woorden, de aanwezigheid van een kind beschermt niet alle vrouwen op dezelfde manier.
Leven als koppel lijkt een deel van het risico op te vangen. Isolement daarentegen verhoogt het risico aanzienlijk.
De impact van het aantal kinderen en hun leeftijd
Het aantal kinderen en hun leeftijd accentueren de ongelijkheid nog meer. De aanwezigheid van kinderen jonger dan 7 jaar verhoogt het risico op mentale aandoeningen voor moeders, maar niet voor vaders. De kloof wordt groter naarmate de broers en zussen groter zijn.
- Zonder jonge kinderen: risico 2,21 keer hoger voor moeders dan voor vaders
- Met één jong kind: risico 2,37 keer hoger voor moeders dan voor vaders
- Met twee jonge kinderen: risico 2,47 keer hoger voor moeders dan voor vaders
- Met meer dan twee jonge kinderen: risico 2,99 keer hoger voor moeders dan voor vaders
Deze cijfers tonen aan dat de last van het ouderschap niet gelijk verdeeld is tussen de twee ouders. Als er veel jonge kinderen zijn, zijn het vooral de moeders die de mentale, organisatorische en familiale overbelasting lijken op te vangen.
De studie brengt sterke associaties aan het licht, maar toont op zichzelf geen oorzaak-gevolgrelatie aan.
De studie brengt sterke associaties aan het licht, maar toont op zichzelf geen oorzaak-gevolgrelatie aan. De onderzoekers wijzen erop dat sommige mensen met grotere psychologische problemen een ander levenspad kunnen hebben, zowel wat betreft gezin als carrière. Het is zelfs mogelijk dat de psychologisch meest kwetsbare mensen ondervertegenwoordigd zijn onder mensen met kinderen.
Sommige van de waargenomen verschillen zouden dus verklaard kunnen worden door deze reeds bestaande verschillen. Toch laten de resultaten duidelijke verschillen zien naargelang geslacht, gezinssituatie en de aanwezigheid van kinderen.
Een andere belangrijke beperking is dat de gegevens niet toelaten om het gebruik van ouderschapsverlof, tijdskrediet, deeltijds werk of loopbaanonderbreking precies te meten.
Deze maatregelen hebben echter vooral betrekking op moeders en kunnen het waargenomen risico beïnvloeden. De auteurs benadrukken niettemin de kracht van hun analyse: een zeer grote steekproef, robuuste administratieve gegevens, lange follow-up en de mogelijkheid om verschillende gezinsprofielen te onderscheiden.
5 prioriteiten
De aanbevelingen zijn gebaseerd op vijf prioriteiten.
- Het 'gezinskrediet' gebruiken als hefboom voor gendergelijkheid, met bijzondere aandacht voor alleenstaande ouders.
- Vaders zouden op een normale manier verlof moeten kunnen nemen bij de bevalling, zodat het niet langer wordt gezien als een gunst of een teken van professionele desinvestering.
- De OZ vraagt ook om alleenstaande ouders een recht te garanderen dat gelijkwaardig is aan dat van tweeoudergezinnen, in het bijzonder voor ouders die vanaf de geboorte of na het verlies van de andere ouder de alleenverantwoordelijkheid voor hun kinderen op zich nemen.
- Ze vragen ook om administratieve vereenvoudiging van het ouderschapsverlof en om harmonisatie tussen beroepsstatussen.
- Tot slot vragen ze om meer flexibiliteit in het ouderschapsverlof, ook voor deeltijds werkers, en om investeringen in betaalbare, kwaliteitsvolle en flexibelere kinderopvang.