De visie van psychiaters op de afbouw van antidepressiva na langdurig gebruik
PRIJS Zowel de prevalentie van depressieve stoornissen als het langdurig gebruik van antidepressiva stijgt in België. Berekeningen van het Intermutualistisch Agenschap (IMA) tonen dat in 2021 ongeveer een op de tien volwassen Belgen (13%) antidepressiva gebruikte, waarbij huisartsen de grootste voorschrijvers zijn. Langdurig gebruik verhoogt echter de kans op (ernstige) bijwerkingen en heeft een belangrijke maatschappelijke gezondheidskost. Tegen die achtergrond onderzochten de huisartsen Vincent Delens, Franne Fouvry en Wannes Maertens hoe psychiaters kijken naar de afbouw van antidepressiva na langdurig gebruik en welke rol de huisarts daarin kan spelen.
Voor hun onderzoek interviewden Delens, Fouvry en Maertens meerdere psychiaters. Daarbij wilden ze onder meer nagaan wanneer psychiaters een afbouwtraject opstarten, welke factoren daarin meespelen en hoe zij omgaan met moeilijkheden tijdens dat proces. De resultaten werden opgesplitst in drie grote thema’s: de visie op langdurig gebruik van antidepressiva, de visie op afbouw en de praktische aanpak ervan.
Complex en individueel proces
Uit de interviews blijkt dat psychiaters langdurig gebruik van antidepressiva over het algemeen als effectief en veilig beschouwen. Tegelijk erkennen ze dat de evaluatie van een mogelijke afbouw complex blijft en een sterk individuele aanpak vereist.
“Voor patiënten spelen een aantal belangrijke factoren mee, zoals angst voor herval, een zware psychiatrische voorgeschiedenis of eerdere mislukte afbouwpogingen”, zeggen de drie huisartsen. “Het is daarom essentieel om bezorgdheden van patiënten ernstig te nemen, maar tegelijk ook open te communiceren over mogelijke nevenwerkingen en de bijkomende belasting van langdurige medicatie-inname. Afbouwen van medicatie is vaak een lang en voortdurend proces, waarin je continu blijft evalueren hoe het met de patiënt gaat. Daarbij is een samenwerking tussen huisarts en psychiater belangrijk, maar helaas blijft dat in de praktijk vaak moeilijk door tijdsgebrek en organisatorische beperkingen.”
'Afbouwen van medicatie is vaak een lang en voortdurend proces, waarin je continu blijft evalueren hoe het met de patiënt gaat'
'Durf het gesprek aan te gaan'
In de gesprekken kwam onder meer de rol en positie van de huisarts naar voren. Psychiaters zien patiënten vaak tijdens de zwaarste fase van hun ziektebeeld. Zodra patiënten stabieler worden, vermindert het contact met de psychiater doorgaans en komt de huisarts meer op de voorgrond.
Volgens het onderzoek vinden veel psychiaters dan ook dat, onder andere, huisartsen een aangewezen schakel zijn om het afbouwproces rustig bij de patiënt te introduceren. Daarbij speelt de brede kennis van de huisarts over de patiënt een belangrijke rol. “Factoren zoals persoonlijkheid, angstgevoeligheid, ziekte-inzicht, eerdere ervaringen met afbouw, sociale context, de aanwezigheid van suïcidepogingen, en de werk- en thuissituatie kunnen immers mee bepalen of het juiste moment voor afbouw is aangebroken. Ook moet er rekening gehouden worden met psychische afhankelijkheid, het tijdsintensieve karakter van afbouwschema’s en de re-integratie in het werkproces; zaken waar huisartsen over het algemeen beter van op de hoogte van zijn. Dat helpt om beter in te schatten of afbouw haalbaar is”, beargumenteren de drie huisartsen.
Tevens merken ze op dat huisartsen vaak wachten tot patiënten zelf over afbouw beginnen. Toch pleiten ze ervoor om het gebruik van antidepressiva regelmatig actief in samenspraak te herevalueren. “Neemt een patiënt al lang antidepressiva en is hij meer dan zes maand stabiel en zijn er niet te veel stressfactoren? Durf in dat geval over afbouw te spreken met je patiënt. Daarbij hoeft ook niet meteen een beslissing te vallen. Begin bijvoorbeeld het gesprek eens met: ‘Misschien kunnen we in de lente eens bekijken of afbouw mogelijk is.’ Gaat de patiënt daarmee akkoord: go low and go slow in de afbouw naar de laagst mogelijke dosis en blijf onderwijl luisteren naar je patiënt. De centrale boodschap blijft daarbij: werk stapsgewijs, blijf communiceren en overleg bij twijfel met andere zorgverleners, waaronder de psychiater.”
Patiënten appreciëren een gesprek
Daarnaast bleek ook dat psychiaters onderling niet altijd dezelfde visie delen over langdurig antidepressivagebruik. Sommige psychiaters benadrukken dat antidepressiva relatief veilige medicatie zijn, maar vinden afbouw toch belangrijk omwille van mogelijke nevenwerkingen en medicatiereductie. Anderen stellen zich eerder de vraag waarom patiënten zouden stoppen als ze goed functioneren met de medicatie.
'Antidepressiva worden opgestart wanneer dat klinisch aangewezen lijkt, maar eenmaal patiënten minstens zes maanden stabiel zijn, wordt de behandeling veel minder frequent afgebouwd of stopgezet'
“Antidepressiva worden opgestart wanneer dat klinisch aangewezen lijkt, maar eenmaal patiënten minstens zes maanden stabiel zijn, wordt de behandeling veel minder frequent afgebouwd of stopgezet. Daardoor krijgt langdurig gebruik een steeds grotere maatschappelijke relevantie”, beargumenteren de huisartsen. “Het gaat niet alleen over maatschappelijke kosten, maar ook over veiligheid en nevenwerkingen bij patiënten. Bovendien merken we in de praktijk dat patiënten het appreciëren wanneer je samen kritisch bekijkt welke medicatie eventueel kan worden afgebouwd. Een concrete richtlijn voor het afbouwen van langdurige antidepressiva is er momenteel niet. Er is nood aan verder onderzoek naar welke patiënten precies geschikt zijn voor afbouw, én hoe zorgverleners beter ondersteund kunnen worden in omgang met deze problematiek”, zo besluiten ze.
>> Vincent Delens, Franne Fouvry en Wannes Maertens. De visie van psychiaters op de afbouw van antidepressiva na langdurig gebruik: een kwalitatief onderzoek. Promotor: dr. Ellen Van Leeuwen (UGent). Copromotor: dr. Joke Pauwelyn (UGent).
Masterproef in het kort
Kwalitatief onderzoek met twintig diepte-interviews bij Vlaamse psychiaters, peilend naar hoe zij beslissen over en kijken naar de afbouw van langdurig antidepressivagebruik.
- Waarom is jullie masterproef belangrijk?
In België gebruikt 13% van de volwassenen antidepressiva, met een kostprijs van 84 miljoen euro per jaar. Driekwart van de patiënten neemt deze medicatie langer dan één jaar, vaak zonder duidelijke indicatie. Bij 30-50% van de langdurige gebruikers is er geen medische noodzaak meer voor voortzetting. In het licht van de huidige budgettaire uitdagingen blijven kritische medicatiereviews essentieel.
- Wat is er nieuw aan het werk? (wetenschappelijke relevantie)
Er bestond reeds kwalitatief onderzoek naar de visie van patiënten en huisartsen op de afbouw van antidepressiva, maar de visie van psychiaters was nog onderbelicht. Deze studie brengt voor het eerst in kaart hoe Vlaamse psychiaters kijken naar afbouw na langdurig gebruik. De resultaten tonen zowel overeenkomsten als verschillen met bestaande kennis en benadrukken de nood aan, maar ook de complexiteit van, uniforme richtlijnen.
- Waarom is het belangrijk dat andere (huis)artsen leren over het onderzoek?
Ook als huisartsen mogen we medicatie voorgeschreven door andere artsen in vraag stellen. Psychiaters beschouwen langdurig gebruik van antidepressiva als veilig, maar signaleren tegelijk overgebruik in de eerste lijn, terwijl de samenwerking rond afbouw beperkt blijft. Inzicht in hun denkproces helpt huisartsen beter inschatten bij wie afbouw mogelijk is, hoe dit veilig te begeleiden en wanneer overleg aangewezen is.
>> De Prijs van de Jonge Huisarts powered by Artsenkrant wordt georganiseerd in samenwerking met het Rode Kruis-Vlaanderen. 

Franne Fouvry
Breng uw stem uit
Wie wint dit jaar de Prijs van de Jonge Huisarts? In de afgelopen edities van Artsenkrant heeft u kennis gemaakt met de genomineerden. Uw stem kan het bepalen. We zetten de tien genomineerden nog eens op een rijtje. Stemmen kan online, via onze website.
- Stijn Peters en Tibo Verplancke onderzochten het gebruik van mystery shopping in de eerstelijnszorg als methode om klinisch gedrag te observeren en kwaliteitsverbeteringen te identificeren, en de randvoorwaarden voor implementatie in België.
- Sofie Eyletten focuste op de groeiende zorgnood rond dementie en bekeek hoe huisartsen en thuisverpleegkundigen de thuisbegeleiding van deze patiënten ervaren en welke samenwerking daarbij noodzakelijk is.
- Rebecca Vaessens onderzocht hoe de digitale beslissingsondersteuning MATCH-IT kan worden aangepast om shared decision-making te versterken, met bijzondere aandacht voor patiënten met lage gezondheidsgeletterdheid.
- In de context van het toenemende huisartsentekort bestudeerde Maïté Van Aelst wat 60-plus huisartsen motiveert om langer aan de slag te blijven en hoe zij daarin beter ondersteund kunnen worden.
- Noor De Wilde en Matthijs Mommeyer gingen in op de behandeling van rookstop bij personen met milde depressieve symptomen of een voorgeschiedenis van majeure depressie, en onderzochten de effectiviteit en bijwerkingen van verschillende behandelstrategieën in het licht van de samenhang tussen roken en depressie.
- Lentel Vande Cauter richtte zich op de verbetering van het contact tussen huisartsen en transgender personen, gezien de centrale rol van de huisartsenpraktijk en de vaak gerapporteerde negatieve ervaringen binnen deze doelgroep.
- Bij ernstige infecties onderzochten Josefien Garner, Sophie Goosenaerts, Alexandra Janssens en Annelie Verhaeghe welke biomarkers het meest geschikt zijn voor een snelle diagnose van sepsis en pneumonie bij volwassenen.
- Inge Wouters bestudeerde delier bij ouderen in de thuisomgeving en woonzorgcentra, met focus op prevalentie, risicofactoren en mogelijke preventieve aanpak.
- David Shen analyseerde de incidentie en zorgstromen van patiënten met thoracale pijn in de huisartsenwachtpost, een diagnostisch uitdagende klacht met een brede waaier aan mogelijke oorzaken.
- Tot slot onderzochten Vincent Delens, Franne Fouvry en Wannes Maertens de afbouw van langdurig antidepressivagebruik en de rol van de huisarts hierin.