Kathleen Depoorter en Frieda Gijbels
N-VA kan leven met kaderwet 2.0
Vorige week keurde de commissie Gezondheid de kaderwet in tweede lezing goed. “Deze versie van de kaderwet verschilt grondig van de oorspronkelijke tekst”, zeggen N-VA-Kamerleden Kathleen Depoorter en Frieda Gijbels. “We hebben onze stempel gedrukt op deze nieuwe versie.”

De voorbije maanden stond de kaderwet van Frank Vandenbroucke in het brandpunt van de aandacht. “We hoorden veel verontruste echo’s uit het veld”, zeggen Kathleen Depoorter en Frieda Gijbels die als respectievelijk apotheker en parodontoloog veel vertrouwen genieten binnen de medische sector.
Artsenkrant: De eerste versie van de kaderwet kon voor jullie niet door de beugel. Wat waren jullie grootste bezwaren?
Frieda Gijbels: We schrokken heel erg van het plafond op ereloonsupplementen, 25% in de ambulante sector en 125% in de ziekenhuizen. Wij beseften meteen dat dit niet zou werken. Zonder nomenclatuurhervorming is dit voor bepaalde disciplines gewoon niet haalbaar. Als parodontoloog weet ik dat dit problematisch is, maar hetzelfde geldt voor onder andere dermatologen en orthodontisten. We kregen vaak te horen: 'Dit werkt niet voor ons'.
Kathleen Depoorter: Er ontbrak een duidelijke koppeling met de nomenclatuurhervorming. Het stoorde ons ook dat er zaken in de kaderwet stonden die echt niet in overeenstemming waren met het regeerakkoord. Frieda en ik hebben acht maanden intensief mee onderhandeld aan het luik volksgezondheid en sociale zaken. We weten dus echt wel wat in het regeerakkoord staat. Het doel was juist om alles duidelijk af te bakenen. Een van de zaken die we uitdrukkelijk in het regeerakkoord lieten schrijven was het auditeren, evalueren en waar nodig aanpassen van de werking van de Dienst Geneeskundige Evaluatie en Controle (DGEC). In de eerste versie van de kaderwet stond echter een voorstel zonder enige evaluatie om toch wel erg verregaande stappen te kunnen nemen in het schrappen van RIZIV-nummers van zorgverstrekkers. Dat was voor ons echt een stap te ver. Dat konden we niet laten passeren.
De mogelijkheid om partieel te conventioneren werd in de eerste versie afgevoerd. Nochtans hadden we in de regeringsonderhandelingen verworven dat deze mogelijkheid moest blijven bestaan. Ook hier hebben we hard aan de alarmbel getrokken en gezegd: 'Dit was niet afgesproken. Dit moet terug naar de tekentafel'.
Tijdens het debat bij de eerste lezing van de kaderwet in de commissie, zei Frank Vandenbroucke veertien wijzigingen te hebben aangebracht. Zijn dat alle punten die jullie veranderd wilden zien?
Frieda Gijbels: Ik denk dat je wel degelijk mag spreken van een kaderwet 2.0 die grondig verschilt van de eerste versie. De supplementenplafonds zijn nu gekoppeld aan de nomenclatuurhervorming. We hebben ook verworven dat het aan de zorgverstrekkers zelf is om een voorstel te doen rond de maximale supplementen. Het is tevens een misverstand dat de minister nadien alles kan terugdraaien. Komt er een voorstel vanuit de sector, dan heeft de regering zich daaraan te houden. Is er geen akkoord dan komt de beslissing te liggen bij de regering, niet bij de minister alleen. De zorgverstrekkers krijgen bovendien ruim de tijd om een voorstel te doen. Onze oproep aan de sector is dan ook duidelijk: 'Neem dit in handen en kom met onderbouwde voorstellen'. Is het al niet om tot een akkoord te komen in de medicomut, dan wel om ons argumenten te bezorgen.
Kathleen Depoorter: Wat de intrekking van RIZIV-nummers betreft, hebben we kunnen bekomen dat er sprake is van een strikte procedure met een juridische toets, met aanwezigheid van een magistraat en van artsen. Er moet bovendien sprake zijn van recidive, iets wat ook wordt genoemd in het handhavingsplan van het RIZIV. Uiteraard willen wij net als alle bonafide zorgverstrekkers dat zware gevallen van fraude eruit moeten. Niet enkel fraude door zorgverstrekkers, maar ook door patiënten. Dat wordt vaak onderbelicht.
Frieda Gijbels: Veel zorgverstrekkers weten niet, dat de bespreking in de commissie ook juridische waarde heeft. Dat is niet onbelangrijk. Daardoor moet er onder meer een KB komen dat een onderscheid maakt in verantwoordelijkheden. Een voorbeeld: een arts die in een ziekenhuis een appendectomie uitvoert, kan kiezen tussen twee betaalmogelijkheden: een met een hoger forfait voor het materiaal en een met een lager forfait. Wordt de arts door het ziekenhuis aangestuurd om de duurste variant te kiezen, dan ligt de verantwoordelijkheid bij het ziekenhuis en niet bij de arts. We gaan nauwgezet opvolgen dat het KB in die zin wordt geschreven.
Voldoet de kaderwet zoals ze nu voorligt volledig aan jullie wensen?
Kathleen Depoorter: Met het geheel kunnen we leven. De tekst is niet ons partijstandpunt, maar een compromis. Voor alle duidelijkheid: wij zouden de wet niet op deze manier neergelegd hebben. Maar we zitten nu eenmaal in een coalitieregering. Het is nu onze taak er nauwlettend op toe te zien dat de minister wetten maakt die in lijn zijn met wat is afgesproken in het regeerakkoord.