Uitbreiding euthanasiewet
CD&V legt krijtlijnen vast
Tijdens een studiedag legde CD&V vandaag de krijtlijnen vast van het voorstel dat minister van Justitie Annelies Verlinden zal uitwerken inzake de uitbreiding van de euthanasiewet.
Filip Ceulemans

CD&V ontkent niet dat de euthanasiewet aan verandering toe is en ze in het geval van dementie tegen haar grenzen aanbotst. De partij wil wel minder ver gaan dan andere partijen, ook binnen de Arizona-coalitie. “Autonomie wordt tegenover bescherming geplaatst. Zelfbeschikking tegenover zorg”, zegt Annelies Verlinden. “Maar de realiteit is complexer. Autonomie is nooit absoluut. Mensen zijn geen geïsoleerde individuen. We leven in relatie tot anderen. Beslissingen, zeker in de laatste levensfase, worden zelden alleen genomen. Ze groeien in dialoog, in verbondenheid en in zorg.”
Simplistische tegenstellingen
Dat is een cruciaal gegeven voor CD&V, dat zegt weg te willen blijven van simplistische tegenstellingen en te zoeken naar een evenwicht dat recht doet aan de mens in al zijn of haar kwetsbaarheid. “Enerzijds erkennen we dat het leven bijzonder beschermingswaardig is in elke fase, ook en vooral wanneer het leven kwetsbaar wordt”, vervolgt Verlinden. “Ook wanneer het niet meer beantwoordt aan het beeld van de cognitieve controle en autonomie dat onze samenleving soms vooropstelt. Maar anderzijds zien we ook de realiteit van mensen die geconfronteerd worden met ondraaglijk en uitzichtloos lijden. Voor hen voorziet de euthanasiewet vandaag al in een uitweg.”
De minister van Justitie schuift drie voor haar fundamentele principes naar voor die moeten doorwegen bij het opstellen van de wetteksten over euthanasie bij vergevorderde dementie. “Ten eerste respect voor de wil van de patiënt. Dat betekent dat we ernstig werk moeten maken van vroegtijdige zorgplanning.”
Kwetsbare mens
“Ten tweede de bescherming van de kwetsbare mens. Sommigen zeggen dat de gezonde, wilsbekwame ik, de persoon die vooraf een wilsbeschikking neerschrijft, altijd doorslaggevend moet zijn. De zieke ik, de mens die een ziekte doormaakt, speelt dan geen verdere rol. Daar stel ik mij fundamentele vragen bij. Want wie ziek is en wilsonbekwaam, verliest zijn waardigheid en menselijkheid niet. Als we de gezonde ik absoluut laten primeren, dreigt de actuele patiënt gereduceerd te worden tot een vroeger genomen beslissing. Dan verdwijnt de mens achter de patiënt uit beeld en doen we diens rechten teniet. Ook de mens met vergevorderde dementie blijft voor ons meetellen. En een voorafgaande wilsverklaring moet dus uiteraard worden gerespecteerd, maar ze mag nooit de levende realiteit van een patiënt volledig overschrijven.”
“En ten derde gaat het om zorgvuldigheid en een collectieve verantwoordelijkheid. Beslissingen van deze aard mogen en kunnen nooit op de schouders van één persoon rusten. Je geeft als mens de sleutels van je leven in de handen van iemand anders. Dat is een fundamentele verantwoordelijkheid die uiterste zorgvuldigheid en bedachtzaamheid vraagt. Multidisciplinair overleg, betrokkenheid van naasten en zorgverleners en een strikt juridisch kader zijn absoluut noodzakelijk. En precies in die balans ligt de uitdaging. Want euthanasie bij dementie raakt aan een fundamentele spanning.”
Samenleving
Voor Verlinden mag euthanasie nooit een antwoord zijn op een tekort aan zorg, op een gebrek aan palliatieve ondersteuning, op eenzaamheid of een gebrekkig zorgsysteem. “Als dat wel zo is, dan hebben we niet alleen gefaald als wetgever, maar ook en vooral als samenleving. Want als samenleving moeten we blijven investeren in warme en kwaliteitsvolle zorg, in nabijheid, in ondersteuning van mantelzorgers, in waardigheid, ook wanneer genezing niet meer mogelijk is. Want waardigheid is niet alleen een kwestie van keuzes. Het is ook een kwestie van hoe wij als samenleving omgaan met kwetsbaarheid.”