Beschermingsmaatregelen voor zwangere personen met zware verslaving
Wetsvoorstel wil ongeboren kind van verslaafde vrouw beschermen
Volksvertegenwoordigers Frieda Gijbels (N-VA), Funda Oru (Vooruit) en Sophie De Wit (N-VA) dienden bij de Kamer van Volksvertegenwoordigers een wetsvoorstel in om het ongeboren kind van een vrouw met een zware verslaving te beschermen.
Herman Nys, em. prof. medisch recht KU Leuven
Het wetsvoorstel ‘tot wijziging van de wet van 26 juni 1990 inzake de bescherming opgelegd aan een persoon met een psychiatrische aandoening, wat betreft zwangere personen’ beoogt de rechter de mogelijkheid te geven om in uitzonderlijke gevallen een zwangere persoon met een zware verslaving gedwongen op te nemen, om ernstige schade in de gezonde ontwikkeling van het kind te voorkomen.
Dit geldt enkel als alle vrijwillige hulp wordt geweigerd en als laatste redmiddel, met strikte voorwaarden en waarborgen. Het doel is de bescherming van het kind, zonder afbreuk te doen aan andere rechten zoals abortus, binnen het bestaande wettelijke kader.
Precedenten en advies Raad van State
Reeds in de voorgaande zittingsperiode werd deze problematiek aangekaart in een wetsvoorstel. Het opzet van dat voorstel was om een wettelijke basis te creëren voor het beginsel dat een kind vanaf de verwekking als reeds geboren wordt beschouwd telkens als dat in zijn of haar belang is, teneinde bepaalde beschermingsmaatregelen ten aanzien van een ongeboren kind juridisch mogelijk te maken om de gezonde ontwikkeling van het kind te bevorderen.
Ook een gedwongen opname van de zwangere persoon is op basis van dat voorstel wettelijk mogelijk.
Over dit aspect bepaalt het advies van de Raad van State het volgende: ’Als het de bedoeling van de wetgever is om bijzondere gevallen te bepalen waarin, als laatste redmiddel, ten aanzien van een zwangere vrouw een vrijheidsbenemende maatregel getroffen zou kunnen worden om haar ongeboren kind in bijzonder ernstige omstandigheden te kunnen beschermen, zou het bijgevolg raadzaam zijn de voorkeur te geven aan het wijzigen van de wet van 26 juni 1990 teneinde de voorwaarden voor die maatregel zo duidelijk en nauwkeurig te formuleren als nodig is, gelet op het evenwicht dat gevonden moet worden tussen, enerzijds, de fundamentele rechten van de zwangere vrouw en, anderzijds, de concurrerende rechten en vrijheden, met inbegrip van die van haar ongeboren kind’.
Geen afbreuk aan recht op abortus
De indieners van het wetsvoorstel benadrukken dat dit wetsvoorstel, dat als doel heeft een gedwongen opname door een vrederechter mogelijk te maken bij een verontrustende zwangerschap en indien alle vrijwillige hulpverlening wordt afgewezen, geen afbreuk doet aan het recht op abortus. Er moet dan ook geen koppeling gemaakt worden met de termijnen waarbinnen abortus is toegelaten.
Het voorstel heeft niet de bedoeling om rechtspersoonlijkheid te verlenen aan het ongeboren kind. Het wil daarentegen doeltreffende beschermende maatregelen mogelijk maken om de gezonde ontwikkeling van het kind te waarborgen.
Het wetsvoorstel
Artikel 2 van het wetsvoorstel bepaalt dat artikel 2 van de wet van 26 juni 1990 inzake de bescherming opgelegd aan een persoon met een psychiatrische aandoening wordt aangevuld met een tweede en derde lid, luidende:
Bij gebrek aan een andere geschikte behandeling, mogen de beschermingsmaatregelen ook getroffen worden voor een zwangere persoon met een psychiatrische stoornis, als het kind, waarvan die persoon zwanger is, ernstige fysieke en/of psychologische schade dreigt op te lopen als gevolg van deze toestand. De beschermingsmaatregelen doen geen afbreuk aan de wet van 15 oktober 2018 betreffende de vrijwillige zwangerschapsafbreking.
Artikel 3 van het wetsvoorstel stipuleert dat het grondige medische rapport opgesteld moet worden door een arts met specifieke expertise in verslavingsproblemen.