Wet definieert 'arbeidspotentieel' bij arbeidsongeschiktheid
Het Staatsblad van 6 maart maakt de wet van 22 februari 2026 houdende diverse bepalingen inzake sociale zaken 2026, bekend. Deze wet breng een aantal wijzigingen aan in de uitkeringsverzekering bij arbeidsongeschiktheid en definieert wat onder 'arbeidspotentieel' verstaan wordt.
Herman Nys, em. prof. medisch recht KU Leuven
Artikel 2 van de wet van 22 februari 2026 vult artikel 2 van de ZIV-wet aan met volgende bepaling onder z):
‘onder "arbeidspotentieel" (wordt verstaan): het vermogen voor een arbeidsongeschikt erkende gerechtigde om, rekening houdend met zijn gezondheidstoestand, passend werk te verrichten, en waarbij zowel het huidige arbeidspotentieel als de mogelijkheden voor de toekomst moeten worden meegenomen in de evaluatie.
Terug-naar-werk-traject
Artikel 3 brengt enkele wijzigingen aan in artikel 100 van de ZIV-wet die verband houden met het nieuw ingevoerde terug-naar-werk traject.
Een terug-naar-werk-traject betreft elk traject dat tot doel heeft om de arbeidsongeschikt erkende gerechtigde,
na een doorverwijzing door de adviserend arts of de medewerker van het multidisciplinaire team op basis van een inschatting van zijn arbeidspotentieel,
of na een vraag van deze gerechtigde zelf,
onder de coördinatie van, naargelang het geval, de preventieadviseur-arbeidsarts of de "terug-naar-werk-coördinator" zo snel mogelijk, naargelang het geval, te begeleiden of te ondersteunen bij het vinden van de gepaste begeleiding met het oog op de uitoefening van een tewerkstelling die past bij zijn mogelijkheden en noden.
Daarnaast betreft een "terug-naar-werk-traject" ook elk traject dat tot doel heeft om,
na een doorverwijzing van de arbeidsongeschikt erkende gerechtigde door
- hetzij de adviserend arts of de medewerker van het multidisciplinaire team op basis van een inschatting van zijn arbeidspotentieel,
- hetzij de preventieadviseur-arbeidsarts overeenkomstig artikel I.4-76, § 3, van de codex over het welzijn op het werk,
naar de bevoegde dienst of instelling van de Gewesten en de Gemeenschappen die deelneemt aan de socioprofessionele re-integratie,
of na een rechtstreekse contactname door de arbeidsongeschikt erkende gerechtigde met deze bevoegde dienst of instelling van de Gewesten en de Gemeenschappen,
deze gerechtigde zo snel mogelijk gepast te begeleiden met het oog op de uitoefening van een tewerkstelling die past bij zijn mogelijkheden en noden.
De Koning bepaalt vanaf wanneer de arbeidsongeschikt erkende gerechtigde dit rechtstreekse contact kan opnemen. Dit is nog niet gebeurd.
De vermelde bepalingen hebben uitwerking met ingang op 1 januari 2026.
(layout aangepast voor leesbaarheid, red.)