Heeft idiopathische longfibrose dan toch oorzaken?
Dr. Wim Van Hooste, preventieadviseur-arbeidsarts
Vele jaren geleden zag ik in Noord-IJsland een patiënt met Idiopathic Pulmonary Fibrosis (IPF) of idiopathische longfibrose. Het was grappen en grollen met hem over de Belgische Coca-Cola crisis en de Dioxinecrisis in 1999, in afwachting van zijn longtransplantatie in Denemarken. Het mocht echter niet zo zijn.
Hoog tijd om eens een stand van zaken op te maken. Zijn er 25 jaar later nog steeds geen (beroeps)oorzaken gevonden? In maart 2025 werd daartoe een aanzet gegeven door Mazurek en collega’s in het Morbidity and Mortality Weekly Report van de Centers for Disease Control and Prevention (CDC).
Snelle progressie, slechte prognose
Deze zeldzame aandoening, met een wereldwijde incidentie tussen 1 à 10 gevallen per 100.000 personen, behoort tot de meer dan 200 types van interstitiële longziektes. Dyspnoe, droge hoest en de longfunctie die achteruit gaat, zijn karakteristieke klachten bij de mannelijke 50-plussers. Er is een zeer snelle progressie en de prognose is slecht; de meeste patiënten overlijden binnen de 5 jaar na de diagnose. Bovendien is er meer kans op het ontwikkelen van longkanker (Sesé & Annesi-Maesano, Eur Resp J, 2024).
Rokers en ex-rokers hebben meer kans op IPF dan diegenen die nooit rookten. Er is een dosis-respons relatie met roken aangetoond, wat een sterk argument vormt voor causaliteit (Andersson, Am J Ind Med, 2021). Er zijn een aantal genetische componenten gelinkt (bv. MUC5B, TERC, TERT)(Michalski & Schwartz, J Inflamm Res, 2020). Het Obstructief Slaapapneu Syndroom (OSAS), Gastro-Esophageal Reflux Disease (GERD), virale infecties (Herpes, HIV, Mazelen) en luchtvervuiling (NO2, PM2,5, NOX, CO, O3) worden tot de risicofactoren gerekend.
Werkgebonden factoren
Mogelijk kunnen werkgebonden blootstellingen ook risicofactoren zijn (Majewski & Piotrowski, J Clin Med, 2021; Podolanczuk et al., Eur Resp J, 2023; Mariscal-Aguilare et al., Front Public Health, 2024; Luo et al., BMC Publ Health, 2025). Twintig tot vijfentwintig procent zou te wijten zijn aan het beroep (Gandhi et al., Ann Am Thorac Soc, 2024). De systematische review van Park et al. demonstreerde significante Odds Ratio’s voor metalen van 1,83, houtstof 1,62, pesticide 2,07, en landbouwers 1,88 (Nature Sci Rep, 2021). Roken had een Odds Ratio van 1,39. Significante verbanden werden aangetoond in een andere systematische review en meta-analyses: metalen 1,42, stof 1,32, hardhout 1,75, organisch stof 1,72, pesticides 2,30, landbouwers 2,06, maar niet voor solventen (Pauchet, J Toxicol Environ Health, 2022). Asbest was in een Britse case-control studie geen risicofactor (Reynolds et al., Occup Environ Med, 2023). Een vierde (Population Attributable Fraction, RAF) van alle IPFs wordt veroorzaakt door ‘vapors, dusts, gases & fumes’ (VDGF). De RAF was 8% voor metalen, 4% voor houtstof en 3% voor silica (Lee & Johannson, Thorax, 2020; Ghandi et al., Int J Mol Sci, 2023). Werken met vee zou een risicofactor kunnen zijn (Abramson et al., Thorax, 2020). Blootstelling aan vogels en katten wordt soms teruggevonden (Del Fiol Manna, G Ital Med Lav Erg, 2021).
Een goede aanpak op de werkvloer is mogelijk en onontbeerlijk bij de identificatie van ‘boosdoeners’. Primaire preventie, het voorkómen van de ziekte, is mogelijk (Andersson et al., 2021). Stoppen met roken en het vermijden van blootstelling aan hout, metaal, silica, dampen en rook door inademing zijn ook belangrijke preventieve maatregelen (ventilatie en masker). Het juiste masker kiezen is altijd een zorgvuldige en delicate taak. Vrij vaak wordt er verkeerd gekozen en/of wordt het niet (correct) gedragen. Secundaire preventie, bestaande uit vroege diagnose en screening, wordt uitgevoerd bij personen at risk, met een familiale geschiedenis of risicoberoep (zoals houtbewerkers en metaalarbeiders) (Abramson, 2020). Tot de tertiaire preventie behoort griep- en pneumokokkenvaccinatie. Allemaal met als doel om de ziekteprogressie en complicaties te beperken.