Zieke man van Europa
België heeft in absolute aantallen ongeveer evenveel langdurig zieken als Duitsland, dat bijna acht keer zoveel inwoners telt. Iedereen beseft dat hier iets grondig misloopt. Dat de regering-De Wever de aanpak van langdurig zieken bovenaan zijn prioriteiten zet, is meer dan begrijpelijk. Het siert minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid Frank Vandenbroucke dat hij – tegen een deel van zijn socialistische achterban in – werk wil maken van de aanpak van deze problematiek.
In het begrotingsakkoord kondigt hij een vierde golf van maatregelen aan, met daarin een belangrijke rol weggelegd voor artsen. Zonder het met zoveel woorden te zeggen, maant de minister hen aan om zeker niet te lichtzinnig ziektebriefjes voor arbeidsongeschiktheid uit te schrijven. De behandelend arts zal ook vaker dan vandaag zijn langdurig zieke patiënt voor een raadpleging moeten laten langskomen. Het ziektebriefje wordt sterk in tijd beperkt.
Omdat Vandenbroucke – hierin gesteund door experten als Lode Godderis, werken ziet als een manier om het herstel van de patiënt te bevorderen, kan de druk niet alleen bij de artsen worden gelegd. Een arts kan aangeven welke taken een langdurig zieke patiënt nog wel aankan, maar het is uiteindelijk aan de werkgever om daarop in te gaan. Het principe is mooi, de uitvoering wordt een ander paar mouwen.
De minister beseft dat ook zelf en legt de lat niet heel hoog. Waar er eerst sprake was van een vermindering van het aantal langdurig zieken met 100.000, werd dat al snel bijgesteld tot 100.000 minder langdurig zieke instromers. Het is een begin, maar uiteindelijk zal er toch ook werk moeten worden gemaakt van het verminderen van het aantal langdurig zieken. Een werk van lange adem, waar niet mee mag worden getalmd.