Snelheid van stappen en risico op hartfalen

Een Amerikaanse groep heeft het verband onderzocht tussen de door de patiënten zelf aangegeven snelheid van stappen en het risico op optreden van hartfalen met gevrijwaarde of gedaalde linkerventrikelejectiefractie bij 25.183 gemenopauzeerde vrouwen van 50-79 jaar, die in 1993-1998 waren opgenomen in het Women's Health Initiative, die geen hartfalen of kanker vertoonden bij inclusie in de studie en die in staat waren een blok te stappen.
e vorsers hebben de correlaties onderzocht voor 3driestapsnelheden: ontspannen < 3,2 km/uur = referentie, matig 3,2-4,8 km/uur en snel > 4,8 km/uur. Ook werd gezocht naar een eventuele correlatie tussen de stapsnelheid en het risico op optreden van hartfalen.
Tijdens een mediane follow-up van 16,9 jaar zijn 1.455 ziekenhuisopnames wegens acute decompensatie van hartfalen gedocumenteerd en werd een sterke negatieve correlatie vastgesteld tussen de stapsnelheid en het risico op hartfalen:
- matig snel versus ontspannen: HR 0,73 (95 % BI: 0,65-0,83)
- snel versus ontspannen: HR 0,66 (95 % BI: 0,56-0,78)
Soortgelijke correlaties werden vastgesteld ongeacht het type hartfalen:
- matig snel versus ontspannen: HR bij hartfalen met gevrijwaarde ejectiefractie: 0,73 (95 % BI: 0,62-0,86) en bij hartfalen met gedaalde ejectiefractie: 0,72 (95 % BI: 0,57-0,91)
- snel versus ontspannen: HR bij hartfalen met gevrijwaarde ejectiefractie: 0,63 (95 % BI: 0,50-0,80) en bij hartfalen met gedaalde ejectiefractie: 0,74 (95 % BI: 0,54-0,99)
< 1 uur per week snel stappen en > 2 uur per week ontspannen of matig snel stappen correleerden met eenzelfde daling van het risico op hartfalen.
Hoe sneller men stapt, des te kleiner is het risico op optreden van hartfalen, ongeacht het type hartfalen, wat uiteraard geen verrassing is. Nu moet nog worden onderzocht of het al dan niet gaat om een oorzakelijk verband. Verlagen interventies die de stapsnelheid verhogen, het risico op hartfalen en is sneller stappen gedurende een kortere tijd even effectief? Verder onderzoek ...
Naar MM Miremad et al. J Am Geriatr Soc. 20 jan 2022. Online gepubliceerd voor de papieren versie.