Colchicine bij coronair lijden

Volgens de open LoDoCo-studie verlaagt colchicine in lage dosering (0,5 mg/d) het risico op cardiovasculaire accidenten bij coronair lijden. Daarom hebben de vorsers de LoDoCo2-studie op touw gezet.
Dat is een gerandomiseerde, gecontroleerde, dubbelblinde studie bij 5.522 patiënten met chronisch coronair lijden die secundaire preventie kregen met plaatjesaggregatieremmers (99%), vetverlagende middelen (94%), ACE-remmers/sartanen (72%) en bètablokkers (62%). Het primaire eindpunt was een samengesteld eindpunt van cardiovasculaire sterfte, spontaan myocardinfarct (los van een of andere procedure), ischemisch CVA en coronaire revascularisatie wegens ischemie. Het belangrijkste secundaire eindpunt was het primaire samengesteld eindpunt zonder coronaire revascularisatie wegens ischemie.
Tijdens een mediane follow-up van 28,6 maanden werd het volgende waargenomen:
- Een van de items van het primaire samengesteld eindpunt is opgetreden bij 187 (6,8%) van de 2.762 patiënten van de colchicinegroep en bij 264 (9,6%) van de 2.760 patiënten van de placebogroep (incidentie 2,5 vs. 3,6/100 patiëntjaren; HR 0,69; 95% BI 0,57-0,83; p < 0,001);
- Een van de items van het secundaire eindpunt is opgetreden bij 115 patiënten (4,2%) van de colchicinegroep en bij 157 patiënten (5,7%) van de placebogroep (incidentie 1,5 vs. 2,1/100 patiëntjaren; HR 0,72; 95% BI 0,57-0,92; p = 0,007).
Ook de incidentie van het eindpunt van myocardinfarct plus coronaire revascularisatie, het eindpunt van cardiovasculaire sterfte en infarct en het eindpunt van coronaire revascularisatie of infarct was significant lager in de colchicinegroep. De niet-cardiovasculaire sterfte daarentegen was hoger in de colchicinegroep dan in de placebogroep (0,7 vs. 0,5 per 100 patiëntjaren; HR 1,51; 95% BI 0,99-2,31).
SM Nidorf et al. N Engl J Med. 2020 Aug 31. Online ahead of print.