PremiumZeldzame ziekten (weesziekten)

Beleidsnota 'Zorg na kanker' moet politici wakker schudden

photo

NAZORG Het College voor Oncologie, het Kankercentrum van Sciensano en Kom op tegen Kanker hebben de handen in elkaar geslagen om de knelpunten en prioriteiten in de nazorg van kankerpatiënten in kaart te brengen. De levenskwaliteit en re-integratie na een behandeling is immers weinig aan bod gekomen bij beleidsmakers. Met de voorgestelde beleidsnota wordt nu aan de alarmbel getrokken.

4 september 2019

Na een kankerbehandeling kampt minstens een op vier patiënten met een slechtere gezondheidstoestand en langdurige gevolgen op fysiek en/of psychosociaal vlak. Dit heeft een grote impact op de levenskwaliteit van de patiënt en kan een goede re-integratie verstoren. In België is er echter geen sprake van een multidisciplinair, gecoördineerd nazorgaanbod voor elke patiënt.

"We willen onze beleidsmakers wakker schudden om meer aandacht te hebben voor een betere nazorg bij kankerpatiënten. Er stelt zich een gapende kloof wanneer de behandeling afgerond is. Meer en meer patienten overleven hun ziekte en worden nadien geconfronteerd met een gebrek aan opvang," vertelt prof. dr. Marc Peeters (voorzitter College voor Oncologie en diensthoofd Oncologie, UZA).

Zes prioriteiten

Tijdens een rondetafelgesprek met patientenvertegenwoordigers en experten uit de verschillende betrokken zorgdisciplines zijn zes prioriteiten geïdentificeerd. 1

Zelfmanagement

Zelfmanagement en patiënteducatie zou centraal moeten staan in de nazorg van kankerpatiënten. Zowel tijdens als na de behandeling moeten zij geïnformeerd worden over neveneffecten van de behandeling. Zorgverleners moeten patiënten beter kunnen voorbereiden, en zelfmanagement stimuleren en ondersteunen. Hiervoor is een goede opleiding en training in psycho-educatie van belang.

Vast aanspreekpunt

Nazorgplanning is belangrijk. Hierbij is voor elke patiënt een zorgprofessional nodig die als laagdrempelig aanspreekpunt dient en advies geeft, zelfmanagement ondersteunt en correct kan doorverwijzen. Deze volgt het nazorgplan ook op in samenwerking met zorgverleners van de eerste lijn.

Opvolging levenskwaliteit en re-integratie

De nacontrole is voornamelijk nog gericht op de controle van een mogelijk herval. Er is echter ook een nazorggesprek nodig met een andere zorgprofessional dan de behandelend arts omtrent levenskwaliteit en re-integratie. Het doel is om neveneffecten te detecteren en te behandelen voor ze chronisch worden, met het oog op de levenskwaliteit en professionele en sociale re-integratie van de patiënt.

Een systematische symptoomregistratie (vb. elektronisch) tijdens en na de behandeling zal hierbij nodig zijn. "De technologie is al voorhanden, dus het is een kwestie van groen licht te krijgen om dit te realiseren," aldus Marc Peeters.

Meer oncologische expertise in thuiszorg

Er moet voldoende oncologische expertise aanwezig zijn in de thuiszorg om kankergerelateerde klachten te detecteren en te behandelen of hiervoor door te verwijzen. Een opleidingsaanbod voor zorgprofessionals uit de eerste lijn, dat gekoppeld wordt met een erkenning of kwaliteitslabel, zou de kwaliteit van het nazorgaanbod verhogen. Een terugbetaling voor de patiënt zou de drempel tevens verlagen.

Bovendien zou elke zorgprofessional tijdens zijn opleiding of door navorming kennis moeten vergaren over de detectie van klachten na behandeling en een gerichte doorverwijzing. "In de basisopleiding arts moet men ook nazorg bespreken en de basisarts er attent op maken dat zij wellicht in hun dagdagelijkse praktijk een zekere vorm van verantwoordelijkheid zullen dragen."

Oncorevalidatie: breder en laagdrempeliger aanbod

Revalidatieprogramma's hebben naast beweging ook een psycho-educatief luik, waarbij informatie en hulpmiddelen aangeboden wordt. Slechts een beperkt aantal kankerpatiënten neemt echter deel aan de bestaande oncorevalidatieprogramma's in ziekenhuizen. Er zijn tal van drempels (psychologisch, financieel, organisatorisch, fysiek, praktisch, ...) die zoveel mogelijk dienen weggewerkt te worden. Daarnaast zou oncorevalidatie en -begeleiding ook breder en laagdrempeliger moeten zijn buiten het ziekenhuis, tegen een beperkte kost voor de patiënt.

Werkhervatting en begeleiding op maat

Werkhervatting moet tijdig in het behandelingstraject besproken worden en de individuele nood aan ondersteuning moet nagegaan worden. "Uiteraard is een goede re-integratie een beter scenario dan geheel op het ziekenfonds te moeten steunen. Maar je mag niet iedereen koste wat kost terug in de maatschappij brengen. De bedoeling is om op een professionele manier meer ondersteuning op maat te geven."

Daarnaast zijn er nog enkele structurele knelpunten, zoals een gebrek aan communicatie tussen werkgever, behandelend arts, arbeidsgeneesheer en adviserend geneesheer van de mutualiteit. Ook de rol van arbeidsgeneesheer bij re-integratie van kankerpatienten moet vergroten. Tenslotte zijn ambtenaren en zelfstandigen nog in het nadeel om deeltijds weer aan de slag te gaan.

Vervolgtraject

"We willen voor het einde van dit jaar een herevaluatie maken en een duidelijk actieplan opstellen. Dezelfde organisaties werken hier aan mee, maar iedereen is welkom om zich er over te buigen. Wat betreft het opstarten van pilootprojecten, zullen we zeker niet op een politieke beslissing wachten," weet prof. Peeters.

Referenties:

https://www.collegeoncologie.be/sites/collegeoncologie.be/files/inline-files/NLbeleidsnota-zorgnakanker.pdf

Immuuntherapie en discriminatie

Zo'n 200 patiënten die lijden aan een specifieke, maar zeldzame, vorm van kanker (meest voorkomend ter hoogte van de dikke darm, maar ook ter hoogte van andere organen) hebben momenteel geen toegang en geen vooruitzicht op een terugbetaling van een immuuntherapiebehandeling die hen een uitstekende kans op succes biedt.

Een aantal kankerspecialisten, waaronder prof. Bart Neyns (diensthoofd Medische Oncologie, UZ Brussel), onderstreept het belang om deze kleinere patiëntengroep niet in de kou te laten staan door hen een toekomstperspectief te ontnemen. De medicatie werkt het best bij patiënten met een tumor met een hoge graad van microsatelliet instabiliteit (MSI). "Uit een studie blijkt dat één jaar na opstart van immuuntherapie de uitgezaaide dikkedarmkanker zich bij meer dan 80% van de behandelde patiënten had teruggetrokken en bij 77% van alle patiënten was de ziekte nog steeds onder controle", verklaart prof. Bart Neyns. Na afloop van de studies hebben patiënten in ons land geen toegang meer tot immuuntherapie.

"Het is uitermate discriminerend en onrechtvaardig om deze medicijnen ontoegankelijk te houden voor het beperkt aantal patiënten met tumoren met een hoge graad aan MSI. Zo wordt hen de beste zorg, met minder nevenwerkingen, en de beste kans op overleven ontzegt", concludeert prof. Neyns.

Prof. dr. Marc Peeters
Prof. dr. Marc Peeters

Wat heb je nodig

Krijg GRATIS toegang tot het artikel
of
Proef ons gratis!Word één maand gratis premium lid en ontdek alle unieke voordelen die wij u te bieden hebben.
  • digitale toegang tot de gedrukte magazines
  • digitale toegang tot Artsenkrant, De Apotheker en AK Hospitals
  • gevarieerd nieuwsaanbod met actualiteit, opinie, analyse, medisch nieuws & praktijk
  • dagelijkse newsletter met nieuws uit de medische sector
Heeft u al een abonnement? 

Deel je (nieuws)verhaal

Heb je nieuws dat relevant is voor onze redactie? Deel het met ons via het meldformulier.

Nieuws melden
Print Magazine

Recente Editie
12 mei 2026

Nu lezen

Ontdek de nieuwste editie van ons magazine, boordevol inspirerende artikelen, diepgaande inzichten en prachtige visuals. Laat je meenemen op een reis door de meest actuele onderwerpen en verhalen die je niet wilt missen.

In dit magazine