Bloeddrukverlagende behandeling en valrisico

Je zou logischerwijs verwachten dat de daling van de bloeddruk onder invloed van een bloeddrukverlagende behandeling het risico op vallen verhoogt. Maar is dat ook zo?
De vorsers hebben een prospectief cohortonderzoek uitgevoerd bij bijna 6.000 vrouwen van gemiddeld 79 jaar die in de gemeenschap leefden. De resultaten van de studie spreken dat duidelijk tegen.
Van de vrouwen had 70% hypertensie, bij 53% was de bloeddruk onder controle met de behandeling en bij 12% niet en 5% van de vrouwen werd niet behandeld. De belangrijkste antihypertensiva waren thiazidediuretica, bètablokkers en ACE-remmers.
Tijdens het eerste jaar van de follow-up zijn 2.582 vrouwen (43%) gevallen. Na correctie bedroeg het relatieve risico op vallen in vergelijking met vrouwen zonder hypertensie 0,82 bij de vrouwen met hypertensie bij wie de bloeddruk met de behandeling onder controle was (p = 0,0008), en 0,73 bij de vrouwen met hypertensie bij wie de bloeddruk niet onder controle was met de behandeling (p = 0,0004).
Noch de systolische noch de diastolische bloeddruk correleerde met het risico op vallen. In een model gecorrigeerd voor risicofactoren voor vallen correleerde een hogere diastolische bloeddruk echter met een lager risico op vallen.
Wat de klassen van antihypertensiva betreft, correleerden enkel bètablokkers met een hoger risico op vallen. Die correlatie verminderde echter na correctie voor de risicofactoren voor vallen en was niet meer significant als rekening werd gehouden met de functionele capaciteiten van de benen.
De onderzoekers erkennen dat in heel wat studies een licht verhoogd risico op vallen werd vastgesteld tijdens de eerste weken na verandering of toevoeging van een antihypertensivum. Op lange termijn wegen de gunstige cardiovasculaire effecten van een goede bloeddrukcontrole ruimschoots op tegen het lage risico op vallen en de daarmee samenhangende verwondingen, die zich kunnen voordoen tijdens de eerste weken na het starten of na aanpassing van de behandeling.
KL Margolis et al. Am Geriatr Soc. 2019 Jan 7. [Online gepubliceerd voor de papieren versie]. https://onlinelibrary.wiley.com/doi/abs/10.1111/jgs.15732