PremiumCardiologie

Rivaroxaban verbetert prognose niet bij hartfalen

photo

Bij patiënten met coronair lijden en hartfalen is de trombine in zekere mate geactiveerd, wat trombo-embolische accidenten in de hand kan werken, maar wat ook kan bijdragen tot ontstekingsverschijnselen, endotheeldisfunctie in de hand kan werken en zo het hartfalen kan verergeren.

Jean-Claude Lemaire - 5 december 2018

Tegen die achtergrond werd de COMMANDER HF-studie uitgevoerd, die rivaroxaban in een dosering van 2,5 mg 2x/d heeft vergeleken met een placebo bij 5.000 patiënten met coronair lijden en systolische linkerventrikeldisfunctie in een sinusritme. Het primaire eindpunt was een samengesteld eindpunt van overlijden, niet-fataal myocardinfarct en niet-fataal CVA. Een secundair eindpunt was een samengesteld eindpunt van cardiovasculaire sterfte en ziekenhuisopname wegens hartfalen. De patiënten werden binnen 30 dagen na een ziekenhuisopname wegens een verergering van het hartfalen in de studie opgenomen.

Er was geen significant verschil in de incidentie van optreden van het primaire eindpunt tussen de rivaroxabangroep en de placebogroep: respectievelijk 25% en 26,2% (HR 0,94; p = 0,27) en ook niet in de incidentie van optreden van de verschillende items van het primaire eindpunt: overlijden 21,8% versus 22,1% (HR 0,98), infarct 3,9% versus 4,7% (HR 0,83), CVA 2,0% versus 3,0% (HR 0,66). De resultaten over het primaire eindpunt werden zeer duidelijk beïnvloed door de hoger dan voorziene sterfte. Daarom werd een post-hocanalyse uitgevoerd van alle vooraf gespecificeerde criteria om het effect op louter de trombo-embolische complicaties (infarct, ischemisch CVA, plotselinge dood, longembolie en tromboflebitis) te evalueren.

De frequentie van optreden van dat nieuwe samengestelde eindpunt was lager met rivaroxaban dan met placebo: respectievelijk 13,1% en 15,5% (HR 0,83; p = 0,013). De frequentie van longembolie was dezelfde in beide groepen (0,4%), maar de incidentie van de andere items van dat nieuwe samengestelde eindpunt was lager met rivaroxaban: myocardinfarct 3,9% versus 4,7% (HR 0,83), ischemisch CVA 1,6% versus 2,5% (HR 0,64), plotselinge dood 7,6% versus 8,5% (HR 0,88) en tromboflebitis 0,2% versus 0,3% (HR 0,71).

Een post-hocanalyse van die studie wijst dus op een daling van de incidentie van trombo-embolische complicaties, maar toonde geen effect op het primaire eindpunt. Dat betekent dus dat rivaroxaban de prognose van patiënten met coronairlijden en hartfalen niet verbetert.

Naar de presentatie van Bary Greenberg, San Diego, Verenigde Staten. AHA 2018 Chicago 10-12 november.

Wat heb je nodig

Krijg GRATIS toegang tot het artikel
of
Proef ons gratis!Word één maand gratis premium lid en ontdek alle unieke voordelen die wij u te bieden hebben.
  • digitale toegang tot de gedrukte magazines
  • digitale toegang tot Artsenkrant, De Apotheker en AK Hospitals
  • gevarieerd nieuwsaanbod met actualiteit, opinie, analyse, medisch nieuws & praktijk
  • dagelijkse newsletter met nieuws uit de medische sector
Heeft u al een abonnement? 

Meer weten over

Deel je (nieuws)verhaal

Heb je nieuws dat relevant is voor onze redactie? Deel het met ons via het meldformulier.

Nieuws melden
Print Magazine

Recente Editie
12 mei 2026

Nu lezen

Ontdek de nieuwste editie van ons magazine, boordevol inspirerende artikelen, diepgaande inzichten en prachtige visuals. Laat je meenemen op een reis door de meest actuele onderwerpen en verhalen die je niet wilt missen.

In dit magazine