AADM: durft u veranderen?

Artsenkrant sprak met een jonge lichting van syndicalisten. Als eerste komt AADM aan de beurt, rijk vertegenwoordigd door Greet Van Kersschaever, Peter Missotten, Roel Van Giel en Maaike Van Overloop. We leggen hen vier vragen voor.
Heeft het nog zin om uw stem uit te brengen? Zit er toekomst in het overlegmodel?
PM: Artsen moeten continu het beleid in het oog houden en hun stem laten horen wanneer het nodig is. Beleidsbeslissingen hebben een reële impact op het dagelijkse werk van alle artsen. Je kunt niet achteroverleunen op je stoel en alleen maar kritiek hebben. Verkiezingen zijn een belangrijk kantelmoment - maar het is even belangrijk steevast betrokken te blijven.
GVK: AADM heeft de stem van de huisarts laten horen, maar de verplichting om huisartsen én specialisten te vertegenwoordigen biedt een meerwaarde. Jonge specialisten kiezen, zoals AADM, ook voor de patiënt - ze geloven ook in de complementaire rol tussen huisartsen en specialisten, in subsidiariteit.
Hoe moet het beroep er gaan uitzien?
MVO Bij de rol van de arts zal de nadruk meer komen te liggen op de begeleiding van de patiënt, met gemeenschappelijke doelstellingen die mee door de patiënt zijn vastgelegd. Belangrijk voor artsen is de work-life-balans. Door de betere organisatie, onder meer van de wachtdienst, is de zorg ook voor de huisarts meer planbaar geworden.
RVG: Het financieringsmodel van de artsen is niet meer aangepast aan het huidige zorgmodel, dat toenemend de nadruk legt op samenwerking tussen huisarts, specialist, andere zorgberoepen,... Om compatibel te blijven met een actuele praktijkvoering pleit AADM voor 60% vaste vergoeding, 30% per prestatie, en 10% voor performance.
Artsen moeten niet uitkijken op een vlakke carrière. Artsen moeten een vertegenwoordigingsfunctie kunnen opnemen in de ELZ of in het ziekenhuisnetwerk, ze kunnen zich inzetten voor de opleiding van jonge collega's of voor wetenschappelijk onderzoek,...
Hoe zal de praktijk er uitzien?
PM AADM maakt geen keuze voor praktijkvormen. Praktijken die werken volgens prestatie of volgens een forfaitair systeem kunnen naast elkaar bestaan. Er zijn al veel aanzetten tot samenwerking met specialisten - persoonlijk contact blijft voor mij wel belangrijk. Binnen de eerstelijnszones wordt de samenwerking nog concreter. Er is een natuurlijke evolutie naar grotere praktijken. Impulseo zou het aantrekken van een praktijkverpleegkundige kunnen aanmoedigen - maar dat lukt ook beter in een georganiseerde groepspraktijk. Soloartsen kunnen een netwerk vormen om samen dingen waar te kunnen maken.
GVK Jonge artsen kiezen voor groepspraktijken omdat ze het werk willen kunnen combineren met een gezinsleven. AADM kiest ook voor samenwerking binnen de kring - maar de huisartsenkringen moeten erkenning krijgen.
PM Er komen meer verantwoordelijkheden af op de kring. Een grote kring kan artsen vrijmaken om een deel van hun tijd te besteden aan vertegenwoordiging van de kring - dat is natuurlijk een keuze van de kring. Het Kennisdomein Praktijkorganisatie van Domus Medica ondersteunt kringen en praktijken op een concrete manier.
RVG: ELZ en de ziekenhuisnetwerken zullen samen tot een zorgstrategisch plan te komen. De discussie over de ziekenhuisnetwerken gaat te veel over de machtsverhoudingen, de plaatsjes binnen het bestuur, de plaats van een 'verzwaard advies',... Dat is belangrijk, maar men verliest te veel uit het oog dat netwerken ook kansen moeten bieden aan de ziekenhuisartsen om tot een betere zorgorganisatie te komen. Spontaan, van onderuit, zijn er al mooie samenwerkingen tussen diensten van verschillende ziekenhuizen tot stand gekomen - dat mag niet ondergesneeuwd raken.
Medische gegevens zijn elektronisch en zijn van de patiënt, akkoord?
RVG: Men moet blijven investeren in opleiding van artsen. Niet alleen hoe je iets doen, maar ook hoe je omgaat met de gegevensdeling, wat de verantwoordelijkheid is van iedere arts en hoe het beroepsgeheim verzekerd blijft.
De overheid moet een realistische roadmap uittekenen. Politici kondigen graag nieuwe zaken aan die nog niet klaar blijken te zijn - dat is ontmoedigend voor de artsen. De deadlines moeten rekening houden met een realistische testfase.
MVO: De 20% van de artsen die graag pioniert met de nieuwste versie van toepassingen kan men vergoeden om de bugs er nog helpen uit te halen. De dialoog met de producenten is belangrijk. Er zijn nu drie à vier goede pakketten op de markt-artsen kunnen kiezen wat het best bij hun stijl past. Pakketten moeten moduleerbaar zijn zodat je ze kunt aanpassen aan je praktijk, je regio, je populatie.