COPD en cardiaal risico

Het is niet duidelijk of COPD-patiënten die langwerkende ß2-agonisten of langwerkende muscarineantagonisten krijgen, een hoger risico op cardiovasculaire accidenten lopen. Een grootschalig farmaco-epidemiologisch onderzoek reikt nieuwe elementen aan.
De studie werd uitgevoerd bij 284.220 patiënten met COPD die gedurende gemiddeld twee jaar werden gevolgd. De auteurs hebben 37.719 patiënten met een cardiovasculaire voorgeschiedenis (coronair accident, hartfalen, CVA, ritmestoornis) vergeleken met 146.139 patiënten zonder cardiovasculaire voorgeschiedenis.
Het risico blijkt vooral verhoogd te zijn tijdens de eerste 30 dagen na het starten van de behandeling. Stijging van het risico met 50% bij behandeling met langwerkende ß2-agonisten en stijging met 52% bij behandeling met langwerkende muscarineantagonisten. Na die 30 dagen werd echter geen verhoogd risico meer waargenomen.
Die vroege stijging van het risico op cardiale accidenten zou het gevolg kunnen zijn van een interactie met het autonome zenuwstelsel (activering van de sympathicus bij gebruik van ß2-agonisten en remming van de parasympathicus bij gebruik van muscarineantagonisten), maar de vorsers herinneren eraan dat die geneesmiddelen ook een pro-inflammatoire werking hebben, zoals blijkt uit de stijging van de IL-8-spiegel.
De boodschap is dus: je moet COPD-patiënten bij wie een behandeling met die geneesmiddelen wordt gestart, goed volgen.
Wang MT et al. JAMA Intern Med. 2018 Jan 2. [Online gepubliceerd voor de papieren versie].