Aortastenose, hypertensie en bètablokkers

Patiënten met een aortastenose (AS) hebben vrij vaak hypertensie. Die patiënten worden zelden behandeld met een bètablokker omdat artsen bang zijn dat de linkerventrikelfunctie dan zou verminderen. Tot zover de theorie, maar hoe zit dat in de praktijk?
De auteurs hebben een post-hocanalyse uitgevoerd van de gegevens van de SEAS-studie (Simvastatin and Ezetimibe in Aortic Stenosis) bij 1.873 asymptomatische patiënten met een lichte tot matige AS en een gevrijwaarde linkerventrikelejectiefractie. 932 (50%) patiënten hadden aanvankelijk een bètablokker gekregen. Tijdens een mediane follow-up van 4,3 ± 0,9 jaar werd de aortaklep vervangen bij 545 patiënten en zijn 205 patiënten gestorven. Van de 205 patiënten zijn er 101 gestorven aan een cardiovasculaire complicatie waaronder 40 gevallen van plotselinge dood.
Na correctie voor vertekenende factoren correleerde het gebruik van een bètablokker met:
- een lagere totale sterfte (HR 0,5; 95% BI 0,3-0,7; p < 0,001),
- een lagere cardiovasculaire sterfte (HR 0,4; 95% BI 0,2-0,7; p < 0,001),
- een lagere incidentie van plotselinge cardiale dood (HR 0,2, 95% BI 0,1-0,6, p = 0,004).
De gegevens ontkrachten dus de hypothese van een hoger risico op cardiovasculaire bijwerkingen bij gebruik van bètablokkers en werden bevestigd door andere analyses waarbij rekening werd gehouden met het risico (p altijd < 0,004). Er werd geen verband waargenomen met de ernst van de AS (p altijd > 0,1).
Bètablokkers verhogen dus het risico op overlijden ongeacht de doodsoorzaak of het risico op overlijden aan een cardiovasculair probleem waaronder plotselinge dood dus niet. Misschien is het wenselijk om een prospectief onderzoek uit te voeren om de bevindingen van die post-hocanalyse te toetsen.