Paradigmaverandering bij mitralisinsufficiëntie

Lange tijd werd gedacht dat een mitralisinsufficiëntie bij patiënten zonder cardiale voorgeschiedenis nagenoeg altijd toe te schrijven is aan degeneratie als gevolg van de veroudering. Mitralisinsufficiëntie wordt nu echter in verband gebracht met hypertensie. Dat zou kunnen uitmonden in een verandering van paradigma.
De studie werd uitgevoerd bij meer dan 5,5 miljoen mensen die bij inclusie in de studie niet bekend stonden met een hart- en vaataandoening of kleplijden. De follow-up duurde tien jaar. Tijdens de follow-up werd bij 28.655 patiënten (0,52%) een diagnose van mitralisinsufficiëntie gesteld. Er werd een continue correlatie waargenomen tussen het risico op mitralisinsufficiëntie en de bloeddruk vanaf een systolische bloeddruk van 115 mmHg. Elke stijging van de systolische bloeddruk met 20 mmHg ging gepaard met een toename van het risico met 26% (HR 1,26; 95% BI 1,23-1,29). Een soortgelijke stijging van het risico op mitralisinsufficiëntie werd waargenomen bij elke stijging van de diastolische bloeddruk met 10 mmHg en van de polsdruk met 15 mmHg.
De onderzoekers erkennen dat het risico gedeeltelijk kan worden toegeschreven aan andere aandoeningen van het linkerventrikel (myocardischemie, infarct, cardiomyopathie, hartfalen), maar die zouden voor hooguit 13% meespelen. Ze vermelden verder dat, als je daar rekening mee houdt en na correctie voor vertekenende factoren het risico als gevolg van de bloeddruk maar zeer weinig stijgt (HR 1,22; 95% BI 1,20-1,25).
Het is niet omdat er een correlatie is, dat het gaat om een oorzakelijk verband. We zouden dus nog moeten nagaan of het risico op mitralisinsufficiëntie daalt bij behandeling van de bloeddruk. Neemt niet weg dat je de mitralisklep moet volgen bij patiënten met hypertensie.