Verhoogd troponine na niet-cardiale chirurgie en sterfte

Een hs-troponinegehalte ≥ 20 ng/ml na chirurgie correleert met een hoger overlijdensrisico tijdens de eerste 30 dagen na een niet-cardiale heelkundige ingreep.
De onderzoekers hebben de gegevens doorgenomen van bijna 22.000 patiënten die in het ziekenhuis waren opgenomen voor een niet-cardiale operatie en bij wie het hs-troponinegehalte was gemeten binnen 6 tot 12 uur na de operatie en daarna eenmaal per dag drie dagen na elkaar.
266 (1,2%) van de geopereerde patiënten zijn binnen 30 dagen na de operatie gestorven. De onderzoekers hebben kunnen vaststellen dat de sterfte steeg met het troponinegehalte: 0,1% bij een hs-troponinegehalte lager dan 5 ng/ml, 3% bij een hs-troponinegehalte van 20 tot 64 ng/l, 9,1% bij een hs-troponinegehalte van 65 tot 999 ng/l en 29,6% bij een hs-troponinegehalte van 1.000 ng/l of meer.
18% van de geopereerde patiënten voldeed aan de criteria voor diagnose van een myocardinfarct. 93% van die patiënten vertoonde geen klinische of elektrocardiografische tekenen van ischemie. Zonder bepaling van het hs-troponinegehalte zou de diagnose dus niet zijn gesteld.
Naar Writing Committee for the VISION Study Investigators. JAMA 2017; 317: 1642-51.