Cardiovasculair risico varieert volgens geslacht

Hartaandoeningen hebben bij mannen mogelijk andere oorzaken dan bij vrouwen, zodat een gerichtere behandeling noodzakelijk is.
In een eerste onderzoek (1) werd een MRI van het hart geanalyseerd van 2.935 volwassenen die geen enkele hartziekte hadden en die bij het begin van de studie tussen 45 en 84 jaar oud waren. Iets meer dan negen jaar later werd opnieuw contact opgenomen met de patiënten en werd er een nieuwe MRI afgenomen, waarbij 3D-beelden van het hart werden gemaakt.
De Amerikaanse onderzoekers stelden over die periode vast dat het hart van de mannen bij het verouderen groter en dikker werd, terwijl dat van de vrouwen veeleer kleiner werd. Meer specifiek nam de massa van het linkerventrikel, de belangrijkste hartkamer, toe bij de mannen (8 g op 10 jaar) en af bij de vrouwen (-1,6 g). Bovendien nam de vullingscapaciteit van dat ventrikel bij beide geslachten af, maar sneller bij de vrouwen.
Een tweede onderzoek (2) toont dan weer aan dat vrouwen die drager zijn van het BCAR1-gen een hoger risico lopen op een hartinfarct of een cerebrovasculair accident. Dat risico stijgt met 2,5 tot 6,1%, afhankelijk van de versie van het gen. Bij mannen daarentegen stijgt het risico niet.
De onderzoekers kwamen tot die conclusies door de resultaten van een DNA-analyse in het laboratorium bij meer dan 2.100 deelnemers te combineren met een analyse van gegevens afkomstig uit een meta-analyse van vijf cohortstudies bij ongeveer 3.700 personen.
Hoewel meer onderzoek nodig blijft, lijkt BCAR1 een veelbelovend doelwit in de zoektocht naar behandelingen die het risico op cardiovasculaire aandoeningen kunnen verlagen.