Carmat-kunsthart: overlijden door elektronische storing
Een artikel dat onlangs in de Lancet gepubliceerd werd, ontsluiert eindelijk hoe het de mensen vergaan is die als eersten het kunsthart Carmat ingeplant kregen. Deze langverwachte publicatie beschrijft de tussentijdse resultaten van de haalbaarheidsstudie, waarin in totaal vier patiënten zullen worden opgenomen.
Prof. Carpentier, de hartchirurg die de befaamde bio-artificiële integrale prothese heeft ontwikkeld, en zijn collega's bleven tot dusver zeer discreet maar geven nu de eerste medische details vrij over de transplantaties, het verloop en de doodsoorzaken van de twee eerste patiënten die een prototype van dat kunsthart hebben gekregen.
Het Carmat-kunsthart deed zijn opmerkelijke intreden in de medische media op 18 december 2013, toen het voor het eerst geïmplanteerd werd in het Europese ziekenhuis Georges Pompidou. Dit prototype, waaraan meer dan 20 jaar werk voorafging, bood immers grote mogelijkheden voor de behandeling van patiënten met een gedecompenseerd algemeen hartfalen die niet in aanmerking kwamen voor een harttransplantatie. Helaas is de man die het eerste kunsthart kreeg, de 76-jarige Claude Dany, 74 dagen later plotseling overleden. Bij onderzoek bleek de massacondensator van een elektronische sensor een fabricagefout te vertonen.
De tweede patiënt, die 68 jaar oud was toen bij hem op 5 augustus 2014 het kunsthart werd geïmplanteerd aan het CHU van Nantes, bleef 270 dagen in leven. In die periode kon hij het ziekenhuis verlaten dankzij een draagbaar apparaat dat enkele dagen eerder officieel was goedgekeurd. Vier maanden na zijn terugkeer naar huis ontwikkelde hij echter plots symptomen van een laag hartdebiet en moest hij opnieuw worden opgenomen. Bij een poging om zijn hart te vervangen is de patiënt gestorven. Zijn overlijden werd toegeschreven aan 'multiorgaanfalen'.
Op 8 april jl. heeft de derde patiënt in alle discretie een kunsthart gekregen en ondertussen weten we iets meer over de oorzaken van de eerste twee sterfgevallen. Die waren niet te wijten aan de vorming van een bloedprop die de prothese verstopte, noch aan een mechanische storing, maar aan een storing in het elektronische systeem, die ondertussen ontdekt is en gecorrigeerd werd in het productieproces.
De Franse cardiologen zijn dan ook redelijk optimistisch. "Het feit dat geen van beide patiënten een trombo-embolische complicatie heeft ontwikkeld, zelfs niet nadat gedurende 50 dagen de antistollingsbehandeling bij de eerste patiënt werd stopgezet, versterkt onze hypothese dat de prothese wel degelijk hemocompatibel is", stellen ze verheugd vast.
Het staat echter nog niet vast hoelang het duurt voor het hart volledig hemocompatibel is, en daarom werd de antistollingsbehandeling bij de tweede patiënt voortgezet tot zijn overlijden.
Van de derde patiënt weten we alleen dat hij revalideert in de buurt van zijn woonplaats, en dat zijn toestand bevredigend lijkt. Tot slot zal er zeer binnenkort een vierde transplantatie worden uitgevoerd, maar de gegevens daarover blijven vertrouwelijk. Daarna zullen de resultaten van de haalbaarheidsstudie gepubliceerd worden. Als die positief zijn, kan dit wonderlijke avontuur een vervolg krijgen...