Hyponatriëmie en hartdecompensatie
Hyponatriëmie wordt doorgaans onderschat bij de behandeling van hyponatriëmie met hartfalen. En als er al naar wordt gekeken, is dat meestal bij opname in een ziekenhuis, maar vaak niet tijdens het ziekenhuisverblijf.
Saepudin et al. (Australië en Indonesië) hebben een retrospectieve studie uitgevoerd bij patiënten die een hyponatriëmie vertoonden tijdens het ziekenhuisverblijf, maar niet bij opname. Ze hebben daarvoor de dossiers doorgenomen van de patiënten die tussen 2010 en 2013 in een ziekenhuis werden opgenomen wegens congestief hartfalen (ICD-10-criteria) als eerste diagnose. Hyponatriëmie tijdens het ziekenhuisverblijf werd gedefinieerd als een serumnatrium lager dan 135 mEq/l gemeten tijdens de eerste dagen na opname. Bij die patiënten werden tal van parameters geregistreerd.
De helft van de gevallen
22% van de 464 patiënten die in het ziekenhuis waren ogenomen wegens hartfalen, vertoonde tijdens het ziekenhuisverblijf een hyponatriëmie. 44% van die patiënten had een normaal serumnatrium bij opname. De hyponatriëmie tijdens het ziekenhuisverblijf ging gepaard met een lagere systolische en diastolische bloeddruk bij opname, perifeer oedeem, vermoeidheid en ascites. In de groep patiënten die hyponatriëmie hadden ontwikkeld tijdens het ziekenhuisverblijf, zaten meer patiënten met een voorgeschiedenis van hartlijden en nierinsufficiëntie. Die patiënten werden ook vaker behandeld met amiodaron, heparine, insuline en antibiotica dan de andere patiënten.
Een slechtere prognose
Risicofactoren van optreden van hyponatriëmie waren vermoeidheid, ascites, toediening van heparine en antibiotica. De patiënten die een hyponatriëmie vertoonden tijdens het ziekenhuisverblijf, verbleven langer in het ziekenhuis dan de patiënten met een normaal serumnatriumgehalte. In die groep was de ziekenhuissterfte ook hoger. Redenen genoeg dus om het serumnatrium beter te volgen.