Biomarkers van orthostatisme?
Kan je mensen opsporen die gemakkelijk orthostatisme vertonen? In principe wel. Een recente studie heeft veranderingen aangetoond van een hele rist prohormonen die de bloeddruk regelen. Het zal waarschijnlijk wel moeilijk zijn om die nieuwe gegevens in de reële klinische praktijk toe te passen voor diagnostische doeleinden.
Stoornissen van de controle van de posturale homeostase veroorzaken orthostatische hypotensie. Dat is bekend. Maar de rol van de neurohormonale mechanismen daarbij is nog niet heel duidelijk. Nilsson et al. (Zweden) hebben daarom een studie uitgevoerd bij 671 patiënten (van wie 299 mannen) van gemiddeld 55 ± 22 jaar die onverklaarde syncopes vertoonden. De patiënten moesten herhaaldelijk overeind komen vanuit liggende of zittende houding en daarbij werd ook bloed afgenomen voor meting van tal van mediatoren die een rol spelen bij de neurohumorale regeling. Ook werden de bloeddruk en de hartfrequentie na drie minuten en de verhouding tussen de laagste bloeddruk en de hoogste hartfrequentie geregistreerd.
Hoogtes en laagtes
CTproET-1 bleek een daling van de bloeddruk na drie minuten en de maximale daling van de bloeddruk bij overeind komen te voorspellen. CT-proAVP en adrenaline konden ook de bloeddrukdaling na 3 minuten voorspellen. Een laag MR-proANP in rust voorspelde een tachycardie na 3 minuten en de maximale hartfrequentie op dat ogenblik. Meer nog, een tachycardie bij overeind komen ging gepaard met hogere adrenaline- en noradrenalinespiegels.
Interessant, maar...
Alles wel beschouwd kunnen we twee interessante gegevens onthouden. De concentratie van CT-proET-1 en die van CT-proAVP zijn beide verhoogd in rust en de MR-proANP-spiegel daalt bij posturale tachycardie. Een vroege daling van de bloeddruk in staande houding correleert met een verhoogd CT-proAVP-gehalte en een verhoogde adrenalinespiegel. Posturale tachycardie correleert met een verhoogd adrenaline- en noradrenalinegehalte. Maar wat doe je daarmee in de dagelijkse praktijk?