Verzadigde vetzuren: niet te veel
Het verband tussen de hoeveelheid verzadigde vetzuren in de voeding en de cardiovasculaire sterfte is niet duidelijk. Een Australische studie heeft geprobeerd daar wat klaarheid in te scheppen.
De richtlijnen raden aan om minder verzadigde vetten te eten teneinde het risico op atherosclerose te verlagen. Recente studies trekken het verband tussen de consumptie van verzadigde vetten en de sterfte aan vasculaire atherosclerose echter in twijfel.
Follow-up van tien jaar
Een Australische groep heeft 1.469 vrouwen van gemiddeld 75,2 ± 2,7 jaar die in 1998 een vragenlijst hadden ingevuld om de inname van verzadigde vetten te rammen, gedurende tien jaar gevolgd. Na tien jaar werden de serumlipiden en de sterfte aan atherosclerose bepaald.
Tijdens de follow-up van tien jaar is 9,1% van de deelneemsters gestorven aan atherosclerose. Het cumulatieve overlijdensrisico bedroeg ongeveer 16% in het kwartiel met de hoogste inname van verzadigde vetten (> 31,28 g/d) en ongeveer 5% in het kwartiel met de laagste consumptie (< 17,39 g/d). Bij multivariate analyse werd een correlatie vastgesteld tussen de initiële consumptie van verzadigde vetten en de initiële LDL-cholesterolconcentratie. Maar de totale cholesterol en de LDL-cholesterol bij inclusie in de studie correleerden niet met de sterfte aan atherosclerose.
De richtlijn blijft geldig
We mogen dus aannemen, concluderen de auteurs, dat een hoge inname van verzadigde vetten in de onderzochte populatie van oude vrouwen correleert met de sterfte aan atherosclerose. Maar ondanks het verband tussen de consumptie van verzadigde vetten en de LDL-cholesterol correleerde die laatste niet met de sterfte aan atherosclerose in de onderzochte populatie. Dat doet echter geen afbreuk aan de aanbeveling om de consumptie van verzadigde vetten te verlagen.