Het cardiovasculaire risico beter evalueren
Kan je aan de hand van de nierfunctie het cardiovasculaire preciezer inschatten?
Er is geen eensgezindheid over de voorspellende waarde van de geraamde glomerulusfiltratiesnelheid (eGFR) en albuminurie wat de evolutie van hartlijden betreft. Matsushita et al. hebben een meta-analyse uitgevoerd om na te gaan of je het cardiovasculaire risico beter kan ramen door ook rekening te houden met de eGFR en de albuminurie (albumine-creatinineverhouding of ACR, semikwantitatieve bepaling met een teststrip of beide) naast de klassieke cardiovasculaire risicofactoren.
Ongelijk voordeel
De meta-analyse werd uitgevoerd uitgaande van 24 studies met in het totaal 637 315 patiënten met een voorgeschiedenis van hart- en vaataandoeningen. De gemiddelde follow-up bedroeg 4,2 tot 19,0 jaar. De auteurs hebben verschillende klinische uitkomstmaten geëvalueerd (sterfte, CVA, hartdecompensatie ...). Ze hebben daarbij vastgesteld dat toevoeging van die twee parameters aan de klassieke risicofactoren de evolutie in de algemene populatie beter voorspelde. De albuminurie gemeten aan de ACR had een betere voorspellende waarde dan de eGFR, vooral wat de cardiovasculaire sterfte en het risico op hartfalen betreft. In beide gevallen kon het risico beter worden voorspeld dan met de klassieke risicofactoren alleen. Meting met een teststrip was minder goed wat dat betreft dan bepaling van de ACR.
Beter dan de klassiekers
De voorspellende waarde verbeterde meer bij diabetespatiënten en patiënten met hypertensie, maar bleef significant ook bij patiënten zonder diabetes of hypertensie. Bij patiënten met een chronische nierinsufficiëntie had de combinatie van de eGFR en de ACR een betere voorspellende waarde dat de klassieke risicofactoren apart beschouwd.