Pulmonale hypertensie: opletten voor valstrikken
Duitse auteurs rapporteren het geval van een patiënte met trombo-embolische pulmonale hypertensie. Daaruit blijkt dat je je weleens flink kan vergissen als je je vastpint op één functionele parameter en niet kijkt naar de kliniek.
Rechterventrikeldisfunctie is één van de belangrijkste prognostische factoren bij patiënten met een chronische trombo-embolische pulmonale hypertensie (CTEPH) en is zelfs één van de belangrijkste doodsoorzaken bij die patiënten.
Pseudonormalisering
Liu et al. (Duitsland) brengen verslag uit van één van hun patiënten die ze gedurende 5 jaar hebben gevolgd. De drukgradiënt over de tricuspidalisklep was significant verhoogd (tot 59 mmHg) in de beginfase van de CTEPH en is later 'normaal' geworden (19 mmHg). Dat was niet toe te schrijven aan een gunstige respons op de behandeling, maar was een gevolg van een sterke toename van het rechterhartfalen, waardoor de contractiele functie van het rechterhart het volledig liet afweten. De patiënte is gestorven in cardiogene shock.
Klinische en functionele parameters
Dat stemt tot denken over hoe je de drukgradiënt over de tricuspidalisklep en de verandering ervan tijdens het ziekteverloop moet interpreteren. En die interpretatie is, zoals deze casus illustreert, bepalend bij het evalueren van de rechterventrikelfunctie, zeggen de auteurs. Naast de systolische druk in de longslagader moet je dus ook rekening houden met andere parameters van de rechterventrikelfunctie zoals de systolische verplaatsing van de tricuspidalisannulus, de verkortingsfractie en de longitudinale strain van het rechterventrikel én met de kliniek.
Een totaalevaluatie
Een totaalevaluatie van alle bovenvermelde aspecten geeft een beter beeld van de rechterventrikelfunctie.