Nieren, bloeddruk en diabetes
De richtlijnen raden aan om de bloeddruk bij diabetespatiënten te verlagen, maar misschien mag je te bloeddruk niet te sterk doen dalen.
Bestaat er een verband tussen de bloeddruk en het risico op cardiovasculaire accidenten en de totale sterfte bij type 2-diabetespatiënten met nierinsufficiëntie (glomerulusfiltratiesnelheid < 60 ml/min/1,73 m²) die in de klinische praktijk worden behandeld? Dat hebben Hanri Afghahi et al. (Zeden) onderzocht.
Tot de dood
Ze hebben de gegevens verzameld van niet minder dan 33.356 patiënten van gemiddeld 75 jaar (± 9) met diabetes sinds gemiddeld 10 jaar (± 8), die minstens één meting van het serumcreatinine en de bloeddruk konden voorleggen. Die patiënten waren tussen 2005 en 2007 opgenomen in het Swedish National Diabetes Register en werden gevolgd tot in 2011 of tot overlijden. Met een statistisch coxmodel dat rekening houdt met de tijd, hebben de auteurs gezocht naar een verband tussen de gemiddelde bloeddruk, cardiovasculaire accidenten en de totale sterfte. De hazard ratio (HR) werd geraamd na correctie voor de cardiovasculaire risicofactoren en de geneesmiddelen die de patiënten innamen.
Twee intervallen
Tijdens een gemiddelde follow-up van 5,3 jaar werden 11.317 cardiovasculaire accidenten waargenomen en zijn 10.378 patiënten gestorven. De incidentie van cardiovasculaire accidenten en overlijden was het laagst bij de patiënten met een systolische bloeddruk van 135-139 mmHg en een diastolische bloeddruk van 72-74 mmHg. De incidentie was het hoogst bij de patiënten met een systolische bloeddruk van 80-120 mmHg (HR van cardiovasculaire accidenten 2,3 en HR van overlijden ongeacht de oorzaak 2,4) en bij de patiënten met een systolische bloeddruk van 160-230 mmHg (HR van cardiovasculaire accidenten 3 en HR van sterfte 2). Wat de diastolische bloeddruk betreft, was het risico maximaal bij een DBD van 40-63 mm Hg (HR van cardiovasculaire accidenten en sterfte = 2) en bij een DBD van 83-125 mm Hg (HR telkens 2,3).
Niet te veel, niet te weinig
De auteurs concluderen dan ook dat niet alleen een verhoogde systolische of diastolische bloeddruk het risico in de onderzochte populatie verhoogt, maar ook een te lage systolische of diastolische bloeddruk.