Een antidepressivum voor het hart
Een grondige kennis van de moleculaire biologie van de transmembraneuze signaaltransmissie kan ons op het spoor zetten van nieuwe indicaties voor oude geneesmiddelen, bijvoorbeeld bij de behandeling van hartfalen na een infarct.
Hartfalen is één van de moderne epidemieën en kost het gezondheidsstelsel bakken vol geld. Bij hartfalen vinden allerhande moleculaire veranderingen plaats. Een G-proteïnegekoppelde receptor (GPCR) legt na fosforylering door een specifiek kinase, het G protein-coupled receptor kinase 2 (GRK2), samen met andere stoffen de transmembraneuze transmissie van bepaalde signalen stil. Dat wordt desensibilisering of "downregulation" genoemd. GRK2 anderzijds is sterk geactiveerd bij hartfalen en blijkt een rol te spelen bij de ziekteprogressie. GRK2 verstoort immers de adrenerge signalisatiewegen en veroorzaakt apoptose van de cardiomyocyten.
De desensibilisering remmen
Schumaker et al. hebben recentelijk aangetoond dat paroxetine, een selectieve serotonineheropnameremmer (SSRI), selectief GRK2 remt en niet andere GRK's. Daarom hebben de auteurs een experimenteel model ontwikkeld om het effect van paroxetine op een falend hart te onderzoeken. Ze veroorzaakten een experimenteel myocardinfarct bij natuurlijke muizenstammen en hebben die dan 2 weken later gedurende vier weken behandeld met paroxetine. Andere muizen werden in dezelfde condities behandeld met fluoxetine, eveneens een SSRI, dat echter GRK2 niet remt in tegenstelling tot paroxetine. In het begin van de studie vertoonden alle muizen eenzelfde linkerventrikeldisfunctie. Tijdens de behandeling met het antidepressivum ging de functie van het hart verder achteruit in de fluoxetinegroep. Bij de muizen die paroxetine kregen, verbeterden de functie en de structuur van het linkerventrikel echter duidelijk. En het effect was meer uitgesproken dan met bètablokkers.
Een nieuwe weg
Die gegevens wijzen erop dat paroxetine de hartfunctie na een infarct zou kunnen verbeteren. Dat opent dus een nieuw spoor bij de behandeling van de gevolgen van een infarct.