Registreren, ja maar...
Gezondheidswerkers die patiënten met een hartstilstand reanimeren, maken een rapport op van wat ze gedaan hebben. Maar die rapporten blijken niet heel betrouwbaar te zijn.
Gezien de hoge sterfte in geval van hartstilstand hebben Sundermann et al. (VS) de gegevens geanalyseerd die door automatische externe defibrillatoren (AED) worden geregistreerd, om na te gaan in hoeverre het rapport van de verstrekte zorg betrouwbaar is wat betreft het hervatten van een spontane circulatie en het optreden van een nieuwe hartstilstand. Ze zijn voor hun studies uitgegaan van gegevens die werden geregistreerd tussen 2006 en 2008 en tussen 2011 en 2012 op de campus Pittsburgh van het Resuscitation Outcomes Consortium. Die gegevens zijn: het ritmetracé (ecg), meting van de thoracale compressies en stemregistratie.
Geringe gevoeligheid
Van de 158 gevallen van hartstilstand buiten het ziekenhuis werd 163 keer een hervatting van een spontane circulatie genoteerd en werden 53 recidieven van hartstilstand geregistreerd. De gevoeligheid van de rapporten wat de identificatie van hervatting van spontane circulatie betreft was 85%. De gevoeligheid van de rapporten wat de identificatie van secundaire hervatting van spontane circulatie betreft was 78%. De gevoeligheid van de rapporten wat de identificatie van een nieuwe hartstilstand betreft was maar 60%. De gevoeligheid van de rapporten wat de identificatie van een primaire en secundaire nieuwe hartstilstand betreft was respectievelijk 71% en 0%. De auteurs benadrukken dat laatste cijfer en voegen er nog aan toe dat geen enkel geval van secundair recidief van hartstilstand werd genoteerd in het rapport van de gezondheidswerker. Slechts in 15 (47%) van de 32 gevallen van recidief van hartstilstand kon de fatale ritmestoornis correct worden gediagnosticeerd.
Meer gegevens verzamelen
De auteurs concluderen dat de rapporten van de zorg die aan de patiënt werd gegeven, geen betrouwbare informatie bevatten over het hervatten van een spontane circulatie en ook onvoldoende betrouwbaar zijn om het hartritme na de hartstilstand te preciseren. We moeten ons dus baseren op de gegevens die continu door defibrillatoren worden geregistreerd, om het optreden van kritieke gebeurtenissen tijdens reanimatiemanoeuvres te evalueren.