Stresstest, pulmonale hypertensie en rechterventrikelreserve
Pulmonale hypertensie wordt gedefinieerd als een verhoogde druk in de longslagader (minstens 25 mmHg in rust) bij rechterhartkatheterisatie. Pulmonale arteriële hypertensie is een aparte groep van weinig frequente situaties. Hoe diagnosticeer je PAH?
Pulmonale arteriële hypertensie wordt gekenmerkt door precapillaire hypertensie zonder andere oorzaken van pulmonale hypertensie. De sterfte bij pulmonale arteriële hypertensie is hoog. Daarom is het zo belangrijk de diagnose tijdig te stellen en tijdig een behandeling te starten. Dat kan in principe door evaluatie van de longvaten en de rechterventrikeldisfunctie. De stijging van de druk in de longslagader is echter een late marker van afwijkingen van de wand van de longslagaders en pas in een laat stadium treden er symptomen van rechterhartdecompensatie op in rust.
Reactie van het pulmonale bed
J. Grignola (Uruguay) en E. Domingo (Spanje) zijn daarom uitgegaan van een breder concept, dat van de rechterventrikel-longcirculatie-eenheid. Ze hebben de dynamische respons van die functionele eenheid tijdens een inspanningsproef of farmacologische test onderzocht. In een artikel in de e-Journal of Cardiology Practice beschrijven ze hun resultaten. Ze herinneren eraan dat de pulmonale haarvaten hun uitwisselingsoppervlakte kunnen vergroten door een beroep te doen op een vasculaire reserve, zelfs bij een maximale inspanning. De druk in de longslagader stijgt weinig in vergelijking met de ejectiefractie. Dat is toe te schrijven aan een rekrutering en uitzetting van een normale longcirculatie. Je kan die capaciteit ramen door het verband te evalueren tussen de gemiddelde druk in de longslagader en het hartdebiet. De auteurs bespreken in hun artikel de praktische aspecten en het nut van een dergelijke meting.