Vroege detectie van hypertrofische cardiomyopathie
Door meting van de linkerventrikelvullingsdruk kan je hartfalen met een gevrijwaarde linkerventrikelejectiefractie in een vroeg stadium opsporen.
Patiënten met een hypertrofische cardiomyopathie lopen een hoger risico op hartfalen met een normale ejectiefractie (HFNEF, heart failure with normal ejection fraction). Het is dan ook belangrijk om bij die patiënten het verband tussen de linkerventrikelvullingsdruk en de ejectiefractie te evalueren, ook al heeft een hoog percentage van de patiënten een normale linkerventrikelvullingsdruk in rust, zeggen Ma et al. (China) in de inleiding van een artikel in de BMC Cardiovascular Disorders, waarin ze de resultaten van hun onderzoek ter zake hebben gepubliceerd.
Variaties van de druk
Ze hebben hun studie uitgevoerd bij 27 patiënten met een niet-obstructieve hypertrofische cardiomyopathie en 31 gezonde vrijwilligers van dezelfde leeftijd en hetzelfde geslacht. Bij alle proefpersonen werden de volgende onderzoeken uitgevoerd: een echografie gekoppeld aan een cardiorespiratoire inspanningsproef op een loopband en meting van de NT-proBNP-spiegel voor en na de inspanningsproef. 5 patiënten met een cardiomyopathie hadden een normale linkerventrikelvullingsdruk in rust en een hoge druk na inspanning. In die groep was de relatie tussen het ademminuutvolume en de CO2-productie enerzijds en de NT-proBNP-spiegel anderzijds hoger dan in de controlegroep en de subgroep met een normale vullingsdruk in rust én bij inspanning. De relatie was vergelijkbaar met die bij de patiënten met een verhoogde vullingsdruk in rust én na inspanning.
Een extra parameter?
Een hoge linkerventrikelvullingsdruk wijst dus op een risico op optreden van hartfalen met een gevrijwaarde ejectiefractie bij patiënten met een niet-obstructieve hypertrofische cardiomyopathie.