De ESC en cardiovasculaire geneesmiddelen
De European Society of Cardiology heeft een nieuw tijdschrift gelanceerd dat gespecialiseerd is in cardiovasculaire farmacotherapie. De vereniging is daarmee niet aan haar proefstuk toe.
Onze kennis gaat er met rasse schreden op vooruit en de behandeling van tal van hart- en vaataandoeningen is de laatste jaren sterk verbeterd. Dat is ook zo op het gebied van cardiovasculaire farmacotherapie, aldus de Noor Stafe Agewall, de nieuwe hoofdredacteur, in een eerste commentaarstuk. Maar als we de prognose van hartpatiënten nog willen verbeteren, moeten er nog meer studies worden uitgevoerd, en is er steun nodig om ze te publiceren. De European Heart Journal bijvoorbeeld moet meer dan 90% van de ingezonden artikels weigeren en dat is niet altijd wegens een slechte kwaliteit van de studies, verre van. Integendeel, het betreft meestal uitstekende werken, maar het tijdschrift is verplicht om te selecteren, met alle mogelijke gevolgen van dien: frustratie van de vorsers, invloed op hun carrière ("publish or perish") en vooral het feit dat de patiënten dan geen toegang krijgen tot nieuwe therapeutische opties.
Grote ambities
Het nieuwe tijdschrift mag er dus wezen. Het zal worden gepubliceerd door de Oxford University Press, die ook al de European Heart Journal publiceert, en het zal heten "European Heart Journal - Cardiovascular Pharmacotherapy". Het beoogt de medicamenteuze behandeling van patiënten met hart- en vaataandoeningen te verbeteren en de nieuwe wetenschappelijke ontwikkelingen daaromtrent te interpreteren en te integreren. Het wil ook originele artikels en hoogstaand onderzoek publiceren na een snelle peer review. En het wil zeer zichtbaar zijn. De schrijver van het eerste commentaarstuk is dan ook niemand minder dan Eugene Braunwald, die een korte blik werpt op het verleden en dan vooruitkijkt naar de toekomst. Er zijn al drie artikels online te lezen: een artikel over de preventie van cerebrovasculair accident bij atriumfibrillatie, een over het probleem van belangenconflicten bij experts die richtlijnen opstellen, en een over het gebruik van de ejectiefractie de laatste 20 jaar.