Een nieuwe link tussen obesitas en cardiovasculaire accidenten?
Een fibroblastengroeifactor zou kunnen bijdragen tot een betere evaluatie van het cardiovasculaire risico bij type 2-diabetespatiënten.
De plasmaconcentratie van fibroblast growth factor 21 (FGF21) is vaak verhoogd bij zwaarlijvige patiënten, patiënten met dyslipidemie of insulineresistentie en type 2-diabetes. Ong et al., een internationale researchgroep, hebben het eventuele verband tussen FGF21 en de incidentie van hart- en vaataandoeningen onderzocht bij type 2-diabetespatiënten.
Vijf jaar follow-up
Ze hebben het plasma verzameld van 9697 type 2-diabetespatiënten die hadden deelgenomen aan de FIELD-studie (Fenofibrate Intervention and Event Lowering in Diabetes). Ze hebben de patiënten gedurende 5 jaar gevolgd en daarbij de incidentie van de verschillende cardiovasculaire problemen geregistreerd. Het primaire eindpunt was het totale aantal cardiovasculaire accidenten. Secundaire eindpunten waren de afzonderlijke cardiovasculaire accidenten: coronairlijden, CVA, cardiovasculaire sterfte en revascularisatie van de carotis of de kransslagaders. Een tertiair eindpunt was ziekenhuisopname wegens angina pectoris.
Een betere stratificatie
Een hogere FGF21-spiegel bij inclusie in de studie correleerde met een hoger cardiovasculair risico, ook na correctie voor de behandeling. Er was een duidelijke correlatie met coronairlijden en revascularisatie van de kransslagaders en de carotis: de hazard ratio van coronairlijden was 1,28 (95% BI 1,10 - 1,50; p = 0,002) en de HR van revascularisatie was 1,26 (95% BI 1,01-1,56; p = 0,007) bij de patiënten in het laagste tertiel van de FGF21-spiegel in vergelijking met de patiënten in het hoogste tertiel. Bij inclusie van de FGF21-spiegel als extra parameter in een risicovoorspellend model hebben de auteurs geen significant verschil gevonden in het aantal patiënten at risk, maar kon een aantal patiënten in een andere risicocategorie worden ingedeeld.