Hypertensie: therapietrouw blijft levensgroot probleem
Bijna twee miljoen Belgen, dus één op de vijf, hebben een verhoogde bloeddruk. De Onafhankelijke Ziekenfondsen hebben een enquête uitgevoerd om na te gaan of hun 385.331 leden met hypertensie hun geneesmiddelen goed innemen.
Bijna de helft van de patiënten met hypertensie die bètablokkers innemen, doen dat niet regelmatig. Dat is één van de opvallendste bevindingen van een studie die de Onafhankelijke Ziekenfondsen hebben gepubliceerd. Een correcte behandeling voorkomt of vertraagt nochtans het optreden van ernstige cardiovasculaire en andere complicaties van hypertensie.
Wat zijn de obstakels?
Eerste vaststelling: 27% van de patiënten met een verhoogde bloeddruk neemt de bloeddrukverlagende geneesmiddelen niet regelmatig in, ongeacht de klasse die wordt voorgeschreven. Zo neemt 49% van de patiënten die worden behandeld met bètablokkers (of een combinatie met een bètablokker), die medicatie niet regelmatig in. Laat dat nu net de farmacotherapeutische categorie zijn die het vaakst wordt voorgeschreven (58%) bij hypertensie. Bijwerkingen van antihypertensiva zouden één van de belangrijkste verklaringen voor een slechte therapietrouw kunnen zijn.
De analyse heeft nog meerdere andere factoren achterhaald die bijdragen tot een slechte therapietrouw. De leeftijd en het geslacht blijken een rol te spelen. De waarschijnlijkheid van slechte therapietrouw blijkt 30% hoger te zijn bij patiënten van 25-49 jaar met hypertensie dan bij patiënten van 50-74 jaar. Bij patiënten van 18-24 jaar is dat nog slechter: het risico is tweemaal hoger. Een onverwachte bevinding is dat vrouwen de behandeling minder goed blijken na te leven dan mannen (tot de leeftijd van 60 jaar).
Comorbiditeit en kosten
Patiënten met hypertensie vertonen vaak comorbiditeit, vooral chronische aandoeningen (diabetes, depressie,...) en ook dat heeft een weerslag op de therapietrouw. Als de patiënt nog twee andere aandoeningen vertoont, stijgt de kans op slechte therapietrouw met 15%. Als de patiënt meer dan twee andere aandoeningen vertoont, stijgt het risico met 30%. Meer dan 40% van de patiënten met hypertensie vertoont minstens één concomiterende aandoening.
De kosten van de behandeling hebben ook negatieve invloed. Het risico op slechte therapietrouw is 20% hoger bij patiënten met hypertensie die jaarlijks meer dan 200 euro uit eigen zak moeten betalen voor cardiovasculaire geneesmiddelen, dan bij patiënten die minder dan 100 euro zelf moeten betalen.
Bewustmaken, informeren
De Onafhankelijke Ziekenfondsen raden dan ook aan om de populatie meer bewust te maken van het belang van een goede therapietrouw en vooral informatie te geven aan jonge patiënten (die een asymptomatische hypertensie vertonen).