Coronairlijden, quo vadis?
Gewoonlijk wordt aangenomen dat, wat er in de VS gebeurt, met enkele jaren vertraging ook naar ons komt overgewaaid. Daarom is het interessant eens te kijken hoe de epidemiologie van coronairlijden evolueert in het land van Uncle Sam.
Gautam et al. (VS) zijn voor hun studie in de Amerikaanse gegevensbank van Medicare gedoken. De laatste jaren is de situatie inzake acuut coronair syndroom blijkbaar verbeterd, althans tot in 2009. De auteurs hebben het aantal infarcten in de periode 1992 tot 2009 geteld bij mensen van 65 jaar of ouder die niet waren aangesloten bij een gezondheidsorganisme. Patiënten met terminale nierinsufficiëntie werden niet meegeteld.
Hoogtes en laagtes
Tijdens die periode is het percentage mensen van 65-74 jaar gedaald van 56% tot 50%, maar het percentage 84-plussers is gestegen van 11% tot 15%. Het percentage vrouwen en het percentage zwarten daarentegen zijn constant gebleven. Dat is belangrijk om te vermelden gezien de bekende risicofactoren. De niet-gecorrigeerde jaarlijkse incidentie van acuut coronair syndroom bedroeg 2,4-2,5% tot in 2002 en is daarna gestaag gedaald tot ongeveer 1,7% in 2009. De incidentie van instabiele angina pectoris is gedaald: van 1,5% in 1997 tot 0,6% in 2009. Maar de incidentie van infarct is niet gedaald, maar is gestegen van 1,2% tot 1,4%.
Iedereen gelijk, maar...
De tendens was vergelijkbaar in alle leeftijdsgroepen, bij mannen en vrouwen en in de verschillende rassen behalve bij de 84-plusssers. Bij die laatsten is de incidentie van acuut coronair syndroom gestegen tot in 2002 en daarna weer gedaald tot 2,6% in 2009. Dat ziet er dus ook goed uit voor Europa.