Hoe efficiënt is preventie van veneuze trombo-embolie?

Een ziekenhuisopname gaat meestal gepaard met immobilisatie, wat een risico inhoudt op veneuze trombo-embolie. Dat verklaart uiteraard waarom alle ziekenhuizen inspanningen leveren om systematisch een preventief beleid te voeren. Maar hoe efficiënt is dat beleid? Met andere woorden, in welke mate vermindert de profylaxe de frequentie van veneuze trombo-embolie?
Flanders et al. (VS) hebben een retrospectieve, multicentrische studie uitgevoerd in 35 ziekenhuizen in Michigan die tussen 1 januari 2011 en 13 september 2012 hadden deelgenomen aan een programma van zorgkwaliteit. Ze hebben onderzocht of er een verband bestaat tussen de performantie van de ziekenhuizen inzake preventie van veneuze trombo-embolie (VTE) en de incidentie van VTE. De studie werd uitgevoerd bij patiënten die in het ziekenhuis waren opgenomen wegens een acute medische, niet-chirurgische aandoening. De patiënten werden telefonisch gevolgd gedurende 90 dagen na ontslag uit het ziekenhuis.
Eigenlijk geen verschil
14.573 van de 20.794 patiënten die in aanmerking kwamen voor een medicamenteuze profylaxe, hebben die daadwerkelijk van bij opname gekregen. In vergelijking met de ziekenhuizen in het hoogste tertiel wat de kwaliteit van preventie betreft, bedroeg het risico op VTE bij patiënten in ziekenhuizen die in het middelste tertiel lagen, 1,10 en bij patiënten in ziekenhuizen in het laagste tertiel 0,96. Maar bij berekening van het 95% betrouwbaarheidsinterval was er eigenlijk geen verschil tussen de drie tertielen. Die conclusie bleef overeind na correctie voor een rist vertekenende factoren.
Optimum waarschijnlijk bereikt
De auteurs merken op dat de frequentie van VTE bij medische patiënten in elke geval laag is. Het is dus weinig waarschijnlijk dat extra preventieve inspanningen de incidentie van VTE verder zullen verlagen.