Kap van de atheroomplaat en coronaire flow
Een PCI houdt risico's in. Er wordt dan ook intensief gezocht naar factoren die de uitkomst van een PCI kunnen voorspellen. Nieuwe onderzoekstechnieken zoals optische coherentietomografie blijken veelbelovend te zijn wat dat betreft.
Distale embolisatie tijdens een percutane coronaire interventie (PCI) vermindert de coronaire doorbloeding en verslechtert de klinische prognose. Atheroomplaten met een dunne kap zijn het gevaarlijkst. Kan je de dikte van de kap van atheroomplaten meten en kan je zo het risico op daling van de coronaire flow na plaatsing van een stent bij een acuut coronair syndroom of stabiel coronairlijden voorspellen?
Twee groepen
Een groep interventionele cardiologen heeft een optische coherentietomografie uitgevoerd tijdens een PCI wegens een acuut coronair syndroom (n = 44) of stabiel coronairlijden (n = 82). Angiografische verslechtering werd gedefinieerd als een verslechtering van de TIMI-flow na mechanische dilatatie zonder zichtbare mechanische obstructie van de kransslagaders. De patiënten werden in twee groepen ingedeeld: verslechtering of herstel van de bloedstroom.
Dunne kap
De patiënten bij wie de coronaire flow verslechterde, vertoonden vaker atheroomplaten met een dunne kap dan patiënten bij wie de coronaire flow herstelde en dat zowel bij een acuut coronair syndroom als bij stabiel coronairlijden. Multivariate logistische-regressieanalyse bevestigde de correlatie tussen atheroomplaten met een dunne kap en een verslechtering van de coronaire flow. Dat is dus een stevige voorspeller van het risico op verslechtering van de coronaire bloedstroom tijdens een PCI.